Vermogensbelasting voelt algauw oneerlijk: box 3-soap duurt voort
In dit artikel:
De Nederlandse regering gaat opnieuw ingrijpen in de wetgeving rond belasting op vermogen (box 3) nadat het aangenomen wetsvoorstel veel kritiek kreeg. De discussie speelt nu, na een Kamerstemming van 12 februari, en er staat tijdsdruk op: wil het kabinet het nieuwe stelsel per 2028 laten ingaan, dan moet een aangepaste wet dit jaar rond de zomer klaar zijn.
Achtergrond: sinds een arrest van de Hoge Raad in 2021 geldt dat belasting moet aansluiten bij het werkelijk behaalde rendement. Als noodgreep hanteert het huidige systeem een fictief rendement van 6 procent waarvoor belasting wordt geheven; belastingplichtigen kunnen dat proberen te weerleggen maar moeten dat met bewijzen onderbouwen. Deskundigen noemen die tegenbewijsregeling arbeidsintensief en moeilijk uitvoerbaar.
Het in 2028 geplande alternatief zou jaarlijks belasting heffen over de waardestijging van vermogen — dus ook over ‘papieren winsten’ van bijvoorbeeld aandelen die nog niet zijn verkocht. Dat leidde tot veel protest: de Belastingdienst en de Raad van State waarschuwden voor uitvoeringsproblemen, beleggers vrezen dat ze posities moeten liquideren om belasting te kunnen betalen, en zelfs buitenlandse ondernemers zoals Elon Musk uitten zorgen dat het investeringsklimaat wordt geschaad. Ook is kritiek op de manier waarop verliezen worden behandeld: winst wordt belast in het jaar van aanwas, terwijl verliezen niet goed verrekenbaar zouden zijn met andere jaren.
Minister Eelco Heinen (Financiën) heeft daarom besloten het wetsvoorstel aan te passen, nog geen twee weken na de Kamergoedkeuring. Onderzoekers als Gerard Staats vinden de kern van het HR-principe rechtvaardig — belasting naar werkelijk rendement — maar noemen de politieke uitwerking rommelig. Gerard Meussen wijst op praktische en fiscale consequenties van alternatieven: belasting bij verkoop kan rechtvaardiger lijken, maar brengt complexiteit en risico op uitstelgedrag met zich mee (minder belastingopbrengst als verkoop wordt uitgesteld) en roept vragen op bij overlijden of emigratie.
Kortom: er is brede erkenning dat het oude vaste‑percentage-systeem onhoudbaar is, maar het zoeken naar een eerlijk en uitvoerbaar vervangend stelsel veroorzaakt politieke spanning en kan, bij vertraging, de schatkist miljarden kosten.