Bouw bio-kerosinefabriek in Delfzijl van start na akkoord met milieuactivist: 'Het is een goed initiatief, dat willen we niet in de kiem smoren'
In dit artikel:
Skynrg kan eindelijk beginnen met de bouw van de biokerosinefabriek DSL-01 in Delfzijl, na een jarenlange voorbereiding en een recent akkoord met milieuactivist Johan Vollenbroek. De fabriek verwerkt oud frituurvet en andere plantaardige restoliën samen met groene waterstof tot synthetische kerosine (SAF), waardoor volgens Skynrg de CO2-uitstoot met circa 85 procent daalt ten opzichte van fossiele kerosine.
Eerdere plannen liepen spaak door corona, de stikstofproblematiek en een juridische procedure rond de lozingsvergunning die Vollenbroek aanspande. In het onderhandelingsresultaat zijn ontwerpelementen aangepast, met name maatregelen die indirecte afvalwaterlozingen sterk moeten verminderen. Vollenbroek zegt zijn bezwaar in te trekken als de provincie Groningen de vergunning aanpast; er is geen betaling gedaan en hij benadrukt dat het doel is om te voorkomen dat te ruime lozingsnormen de Waddenzee belasten. Skynrg zegt niet van plan te zijn op de Waddenzee te lozen en dat gezuiverd water maximaal in de fabriek wordt hergebruikt.
De stap komt op een moment dat alternatieve kerosine politiek en economisch hoog op de agenda staat: de EU-eis voor blending van SAF stijgt de komende jaren naar 20 procent in 2035. Tegelijk is er sprake van een kip‑eiprobleem: producenten klagen over onvoldoende vraag, luchtvaartmaatschappijen over te weinig aanbod. SAF is bovendien vier- tot zesmaal duurder dan conventionele kerosine, wat Europese airlines een concurrentienadeel zou kunnen bezorgen. KLM participeert in de fabriek en heeft een afnameplan van 75.000 ton; het oorspronkelijke projectbedrag in 2019 lag rond 260 miljoen euro. Voor grootschalige opschaling ontbreken nog consistente beleidsinstrumenten zoals een door sommige partijen voorgesteld SAF-fonds.
De vergunningsovereenkomst maakt de bouw van DSL-01 mogelijk en is een concrete stap richting meer SAF‑productie, maar marktprijzen en beleidssteun blijven bepalend voor de uiteindelijke impact.