Boos op D66

maandag, 2 maart 2026 (13:08) - Joop

In dit artikel:

De auteur uit scherpe kritiek op D66 en vooral op Rob Jetten: in plaats van fundamentele principes te verdedigen koos de partij voor bestuurlijke haalbaarheid en compromis met rechtse krachten. Waar bij protesten en bij critici voortdurend wordt gehamerd op “de toon”, ziet de schrijver dat als een afleidingsmanoeuvre om inhoudelijke verwijten te neutraliseren. Kritiek op het aantrekken van strengere asielregels, het negeren van kwetsbaren en andere ingrijpende maatregelen wordt weggezet als te zure of polariserende reactie, terwijl aanpassingen die onderhandelaars en coalitiepartners tevreden houden wél acceptabel blijken.

De columnariër verwijst naar Jettens campagnekoers, die volgens haar al nationalistische trekken had en ergernis toonde over symbolen als regenboogzebrapaden. Dat illustreert volgens haar dat regeringsgezindheid en beeldpolitiek belangrijker zijn geworden dan het beschermen van zwakkeren. Ze stelt dat veel zogenoemde “rode lijnen” — van het behoud van menswaardigheid tot het beschermen van vluchtelingen — niet werkelijk als breekpunten werden gehandhaafd; technische of fiscale kwesties blijken vaker het politieke drama te bepalen dan humanitaire normen.

Ook raakt ze de dubbelstandaarden aan: aanhangers van de PVV worden vaak verzachtend “bezorgde burgers” genoemd, terwijl kritiek op extreemrechts snel als polariserend of radicaal wordt bestempeld. Bovendien signaleert ze dat het overnemen van strenge migratiestandpunten als “pragmatisme” wordt gepresenteerd, hoewel onderzoek wijst dat dergelijke accommodaties rechtse standpunten kunnen normaliseren.

De auteur verwierp het excuus dat D66 machteloos zou zijn: met 66 zetels was er volgens haar een alternatief — weigeren instemming, nieuwe onderhandelingen, politieke moed tonen — in plaats van steun zoeken bij figuren als Joost Eerdmans en Gidi Markuszower. Ze hekelt de vergoelijking van het kabinet als een herhaling van eerdere Rutte-coalities en vraagt retorisch wanneer D66 nog een grens trekt.

Persoonlijke stakes maken de kritiek concreet: als alleenstaande moeder vreest ze dat de economische gevolgen van het akkoord haar in de problemen brengen en dat haar zorgen zomaar benut kunnen worden voor xenofobe politiek. De conclusie is fel en direct: dit gaat niet om de toon, maar om keuzes — wie je beschermt en wat je prijsgeeft. Als menswaardigheid geen breekpunt is, dan is zwijgen medeplichtigheid, aldus de schrijver.