Booker Prize-winnaar Georgi Gospodinov schrijft met 'De dood en de tuinman' een liefdesbrief aan zijn vader

woensdag, 27 mei 2026 (11:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Georgi Gospodinov, de Bulgaarse schrijver die in 2023 de International Booker Prize won, publiceert met De dood en de tuinman een strikt autobiografisch en ingetogen boek over zijn vader. Het werk, dat op 27 mei 2026 werd besproken, is opvallend sober van vorm: Gospodinov noteerde het met de hand aan het ziekbed van zijn vader terwijl hij hem verzorgde en medicatie toediende, uit de wens alles te bewaren omdat hij zichzelf niet toevertrouwde aan hetzelfde feilloze geheugen van zijn vader.

In tegenstelling tot het gangbare literaire type “vaderboek” — vaak een bittere afrekening met een autoritair of afstandelijk ouderbeeld — vormt dit boek een openlijke lofzang. Gospodinov schetst zijn vader als een trotse, gevoelige man met een sterk rechtvaardigheidsgevoel: iemand die werknemers verdedigde, conflicten aandurfde en bij teleurstelling van baan veranderde zonder zich te laten muilkorven. Een belangrijk hoofdstuk uit het leven van de vader is zijn vroegere werk als tuinman en bezigheidstherapeut in een afgelegen psychiatrische inrichting, waar het samen tuinieren met patiënten hem vreugde gaf en hem leek te redden van desillusie.

De tuin fungeert in het boek als centraal beeld: beheerste natuur, bron van continuïteit en stille hoop. Zelfs tijdens verhuizingen wist de vader telkens tuinen aan te leggen en bollen mee te slepen om een nieuw huis tot thuis te maken. Gospodinov reflecteert poëtisch op die handelingen en op de vraag of bloemen niet als geheime periscopen van doodgeworden mensen fungeren.

Medisch gezien verslechterde de vader na een eerste kankerdiagnose in 2007; chemo nam veel weg, maar met tuinieren hield hij het leven vast. Later recidiveerde de ziekte en de schrijver was aanwezig bij de sterfscène. Het boek beschrijft het laatste ziekteproces nuchter maar gevoelig, en onderzoekt hoe fysieke pijn soms denken over de metafysica van de dood kan verdringen. In het tweede deel volgt een mengeling van praktische rouwverwerking en meditatieve overpeinzingen over ouderliefde, generatieverschillen en het postume leven van de overledene.

Gospodinovs proza blijft lichtvoetig en europees modernistisch van inslag — verwant aan Homerus, Montaigne of Joyce qua referentiekader — maar hier dient stijl vooral de nabijheid tot het gewone leven. De dood en de tuinman biedt daarmee een ontroerende, niet-afrekenende blik op vaderschap, zorg en de kleine, praktische gebaren waarmee liefde wordt getoond.