Boodschappen duurder door de oorlog in Iran - vooral kwetsbaren zijn de klos
In dit artikel:
De gevolgen van de oorlog rond Iran zijn in Nederland voorlopig nauwelijks zichtbaar in de supermarkt, maar dat kan snel veranderen. Terwijl brandstof al duurder is geworden, beginnen hogere energie- en kunstmestkosten nu door te werken in de voedselketen. De wereldwijde voedselprijzen lagen in september al 3,1 procent hoger dan een jaar eerder. Omdat deze FAO-index gebaseerd is op groothandelsprijzen, loopt hij vooruit op de prijzen die consumenten betalen.
Banken verwachten daarom een duidelijke stijging van de voedselinflatie. JPMorgan rekent wereldwijd op 5 procent in 2027. Voor Nederland voorspellen ABN Amro en Rabobank respectievelijk 3 en 5 procent. Het Centraal Planbureau (CPB) komt uit op 3,3 procent voedselinflatie in 2027, tegenover 1 procent dit jaar. Volgens het CPB kan het aantal Nederlanders onder de armoedegrens daardoor oplopen van 460.000 naar 470.000. Vooral mensen met lage inkomens en uitkeringsgerechtigden worden geraakt, omdat zij relatief veel van hun inkomen aan boodschappen besteden.
De prijsstijging komt later op gang dan na de Russische inval in Oekraïne in 2022. Toen verdwenen direct grote hoeveelheden graan, zonnebloemproducten, olie en kunstmest van de wereldmarkt, waardoor voedselprijzen binnen enkele maanden met meer dan 10 procent stegen. De blokkade van de Straat van Hormuz verstoort vooral de aanvoer van olie en kunstmest. De wereldwijde energiemarkt wist de eerste schokken op te vangen doordat olietoevoer werd omgeleid en strategische voorraden werden aangesproken. Volgens het IMF zijn die voorraden inmiddels grotendeels uitgeput, waardoor nieuwe prijsdruk waarschijnlijker wordt.
Daar komt uitzonderlijk slecht weer bij. In Europa en Noord-Amerika zorgden hitterecords deze zomer voor ongeveer 7 procent lagere gewasopbrengsten. Ook de huidige El Niño is vroeg in het seizoen de sterkste ooit gemeten. Het weerfenomeen veroorzaakt in sommige gebieden extreme droogte en elders zware regenval. Daardoor kunnen prijzen van koffie, cacao, suiker en palmolie stijgen, terwijl sojabonen mogelijk goedkoper worden. De opwarming van de oceanen beïnvloedt bovendien de visstand. Aanvallen op schepen en infrastructuur hebben de graanhandel via de Zwarte Zee opnieuw grotendeels stilgelegd, terwijl dure olie de vraag naar biodiesel stimuleert en zo landbouwgrond aan voedselproductie kan onttrekken.
Door de combinatie van oorlog, klimaat, energieproblemen en handelsverstoringen zijn voorspellingen onzeker. Economen waarschuwen dat voor zulke samenlopende schokken nauwelijks historische vergelijkingen bestaan. Het CPB probeert risico’s deels te verwerken via marktverwachtingen voor toekomstige prijzen, maar onverwachte gebeurtenissen blijven buiten de ramingen.
Internationaal zijn de gevolgen veel ernstiger. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) schat dat het aantal mensen met acute honger in 45 kwetsbare landen volgend jaar door El Niño met 49 miljoen kan toenemen. Eerder waarschuwde het WFP dat hogere energiekosten als gevolg van de oorlog 45 miljoen extra mensen in de zwaarste hongercategorieën kunnen brengen. Deze ramingen mogen niet zonder meer worden opgeteld, maar laten zien hoe groot het risico is voor gebieden als de Droge Corridor in Centraal-Amerika, Zuidelijk Afrika en delen van Oost-Afrika, waaronder Soedan en Somalië. Daar ontbreekt vaak de capaciteit om nieuwe schokken op te vangen. Volgens WFP-analist Jean-Martin Bauer is er nog tijd om in te grijpen, bijvoorbeeld met financiële steun, droogteresistente gewassen en betere bescherming van oogsten.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Angela de Jong is de president van de Nederlandse woke-vrouwen’