Bontenbal sipte over vertrek chemiebedrijf - dat herhaaldelijk milieu- en veiligheids­regels schond

maandag, 9 februari 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Chemiebedrijf Tronox sloot vorig voorjaar onverwacht zijn productielocatie in de Rotterdamse haven, waarmee zo’n 240 medewerkers hun baan verloren. De beslissing leidde tot politieke onrust en waarschuwingen over mogelijke ontmanteling van de Nederlandse industrie, maar onderzoek van experts en nieuwe informatie uit het jaarverslag 2024 legt een complexer beeld bloot.

Uit het rapport blijkt dat Tronox de afgelopen jaren herhaaldelijk in botsing lag met toezichthouders. In april 2024 meldde het bedrijf dat te zuur afvalwater in de Maas was terechtgekomen; Rijkswaterstaat kwalificeerde dat lozen als ernstig schadelijk voor waterleven en legde een voorwaardelijke boete op, mede omdat het bedrijf vaker te laat meldde. Bij aanvullende controles nadat de fabriek werd gesloten, vond Rijkswaterstaat verhoogde concentraties zwevende stof in afvalwatermonsters; daarvoor kreeg Tronox een boete van €10.000. Tevens is het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek gestart naar het incident met de zuurgraad. Het OM plaatst die onderzoeken in het perspectief van veelvoorkomende, meestal kleine overtredingen in de sector die vaak buitengerechtelijk worden afgedaan.

Naast deze milieu- en veiligheidsconflicten zit Tronox sinds 2022 in een juridische strijd met de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) over de vraag of het bedrijf onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) valt. Als de NEa gelijk krijgt, zou Tronox achteraf CO2-rechten moeten kopen tegen huidige marktprijzen — een rekenvoorbeeld brengt een mogelijke naheffing voor 2021–2023 op tientallen miljoenen euro’s. Tronox heeft in haar jaarstukken geen reservering voor zo’n naheffing genomen, omdat de uitkomst volgens het bedrijf onzeker is.

Economisch noemt Tronox veranderende Nederlandse regelgeving, oplopende energiekosten en concurrentie uit China als redenen voor de krimp in Nederland. De Rotterdamse fabriek was bovendien de kleinste van de acht productielocaties wereldwijd; Tronox zegt klanten gemeentelijk te kunnen blijven bedienen via andere vestigingen en behoudt een Nederlandse bv voor handelsactiviteiten. De verwachte afsluit- en herstructureringskosten lopen volgens het bedrijf op tot €120–147 miljoen, tegen een beoogde jaarlijkse besparing van circa €28 miljoen.

Het vertrek wekte ook zorgen over ketenbinding in de haven: Tronox nam chloor af van Nobian en warmte van afvalverwerker AVR. Maar cijfers laten zien dat die afhankelijkheid beperkt was — Tronox kocht ongeveer 5% van Nobians chloor en andere afnemers en toepassingen kunnen de vrijgekomen warmte en materialen opvangen. Experts zoals Reinier Grimbergen en TNO-onderzoeker Frank Wubbolts schatten dat Tronox niet cruciaal is voor het Nederlandse chemiecluster; het vertrek is geen direct acuut knelpunt, al kan het bijdragen aan een geleidelijke afbraak van industriële symbiose en schaalvoordelen.

De situatie illustreert grotere dilemma’s: de Wetenschappelijke Klimaatraad waarschuwt dat Nederland niet alle bestaande industrie kan behouden en dat er stevige keuzes nodig zijn over welke productie cruciaal is. Voor medewerkers lijkt de arbeidsmarkt in de chemie door vergrijzing kansen te bieden; ex-medewerkers geven aan dat velen inmiddels ander werk vonden, maar blikken ook met weemoed terug op hun oude werkplek.

Kortom: de sluiting van Tronox in Rotterdam heeft politieke impact en wijst op bredere sectorproblemen — maar van een directe, onherstelbare ontmanteling van de Nederlandse chemie is, volgens toezichthouders en onafhankelijke experts, vooralsnog geen sprake.