Boeren krijgen nu echt bijna niets meer voor hun aardappels: helpt het om meer friet te gaan eten?
In dit artikel:
Boeren in Nederland zitten met een grote overschot aan aardappels na een superoogst; naar schatting ligt nog zo’n 600.000 ton bij telers opgeslagen en sinds deze week betalen sommige producenten zelfs om hun pootgoed kwijt te raken. Door het ruime aanbod zijn prijzen ingestort, waardoor opbrengsten voor landbouwers bijna nihil zijn.
De kwestie speelt nu direct in het veld en de schuren: afzet naar verwerkende industrie en export stagneert, opslagcapaciteit raakt vol en tijdelijke vraagverhoging lijkt lastig te organiseren. Hoewel meer thuis friet eten of extra horeca-afname op korte termijn iets kan helpen, lost dat niet het structurele probleem op — er zijn grenzen aan hoeveel de verwerkers kunnen opnemen en consumentenpatronen veranderen niet snel genoeg.
Mogelijke oplossingsrichtingen zijn gerichte omleiding naar industriële toepassingen (starch, diervoer, biogas), tijdelijk prijssteun of aanvoerbeheersing, verbeterde opslag en versterkte exportinspanningen. Zonder coördinatie en maatregelen dreigen boeren grote financiële verliezen en onnodige verspilling, wat ook milieu- en maatschappelijke kosten met zich meebrengt.