Boeren bezorgd om plannen met Drentse platteland. 'Op een gegeven moment houdt het op'
In dit artikel:
In Drenthe werkt de provincie aan een toekomstvisie voor het platteland tot 2030: het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied (TLG) Drenthe. Met het plan wil het bestuur vergunningverlening weer mogelijk maken, boeren perspectief bieden en tegelijkertijd natuur- en waterkwaliteit herstellen. Tijdens bijeenkomsten in Norg en Rolde kwamen boeren en beleidsmakers samen, waarbij emoties en zorgen duidelijk naar voren kwamen.
Veel aanwezige boeren koesteren natuurwaarden maar vrezen de gevolgen van beleid. „Zonder natuur geen boeren”, zei Sietske Hilhorst, maar meerdere sprekers benadrukten ook dat natuur in veel gebieden mede mogelijk is dankzij landbouw. Herstelmaatregelen zoals vernatting zijn gunstig voor natuurontwikkeling en waterbeheer, maar beperken de bedrijfsvoering: dieren kunnen later het land op, seizoenverkorting voor beweiding en sommige gewassen verdwijnen van percelen. Daarnaast blijft stikstofreductie een cruciale voorwaarde om beperkingen op vergunningverlening op te heffen.
Voor sommige boeren is het beleid pijnlijk herkenbaar. De inrichting van De Onlanden als waterberging en natuurgebied ging gepaard met grootschalige aankopen en verplaatsing van bedrijven, en er werd destijds beloofd dat getroffen boeren enige jaren rust zouden krijgen. Dat gevoel van „bestuurlijk geheugenverlies” tast het vertrouwen aan: boeren ervaren regelgeving als steeds veranderend en soms tegenstrijdig. Een ondernemer signaleert dat hij door regels nu als intensief geldt terwijl hij op dezelfde manier werkt als vroeger.
Praktische voorbeelden voeden de onvrede: delen van het landschap zijn veranderd in rietvelden en natuurgebieden waar tienduizenden ganzen neerstrijken, wat schade veroorzaakt en mogelijk bijdraagt aan stikstofproblemen — een ontwikkeling die sommige boeren zien als illustratie van beleidskeuzes die traditionele weidebouw verdringen.
In zes Drentse gebiedszones (Drentse Aa, Elperstroomgebied, Witterveld, Zure Venen, Vledder Aa en Oude Diep) wordt gewerkt aan gebiedsspecifiek stikstofbeleid. In en rond deze zones moeten boeren mogelijk met strengere eisen rekening houden. De provincie geeft aan dat doelen in overleg en harmonie gehaald moeten worden, maar tegelijk voorziet men opkoop van bedrijven en grond om natuur- en waterdoelen te realiseren. Dat zet boeren onder druk om te verkopen of te verplaatsen; sommigen hebben al hun omgeving zien verdwijnen door aankopen.
Boeren kunnen formeel een zienswijze indienen op de plannen, maar de ervaring is dat veel van zulke bezwaren niet ontvankelijk worden verklaard. Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Noord-Drenthe reageert terughoudend: hoewel men in overleg wil werken, bestaat er „veel twijfel” of de voorgestelde stikstofreducties haalbaar zijn. De spanningen tussen provinciale natuurambities en de bedrijfsvoering van plattelandsgemeenschappen blijven daarmee groot en bepalen de discussies rond de toekomst van het Drentse landschap.