'Als kind vergeet je dat hij je weghoudt bij je moeder': Bo werd ontvoerd door zijn vader
In dit artikel:
Op vijfjarige leeftijd wordt Bo Hanna (nu 31) samen met zijn tweelingbroer Tony en hun oudere broer door hun vader uit Zweden meegenomen na een ogenschijnlijk gewone dag: hij haalt hen van de crèche, pakt hun spullen en zegt dat hun moeder snel zal volgen. Die nareis komt nooit. In plaats daarvan belandt het gezin in Caïro, het geboorteland van de ouders, waar de jongens abrupt worden onttrokken aan hun vertrouwde omgeving en waar hun moeder vanuit Zweden door het gezin en de familie lange tijd wordt voorgesteld als overleden.
Bo groeit op in een wissel van zorg: zijn vader blijft de dagelijkse verzorger, twee tantes en zijn oma vullen veel moederlijke taken in, en later komt er kort een stiefmoeder uit Egypte die goed voor de kinderen zorgt. Na een half jaar verhuist het gezin naar Nederland (Doesburg, later bij Venlo), waar zijn vader een snackbar opent. De jongens ervaren uitsluiting en vooroordelen op school; thuis verergert de situatie: schulden, achterdocht, depressieve periodes en religieuze obsessies bij hun vader maken het gezin onstabiel.
Jarenlang worden vragen over hun moeder afgewimpeld of beantwoord met leugens. Toen Bo als tiener plotseling zijn moeder tegenover zich zag in een supermarkt, durfde zij niet dichterbij uit angst voor zijn vader. Voor het verlengen van paspoorten werd rechterlijke toestemming nodig; Bo schreef een brief waarin hij en zijn broers verklaarden geen contact met hun moeder te willen — een brief waarop hun vader trots was en die bijdroeg aan het toekennen van gezag aan hem. Later resulteert de zakelijke mislukking van de vader in een faillissement; Bo verlaat op zijn vijftiende het huis, zijn tweelingbroer komt in een internaat terecht.
De relatie met de vader breekt definitief als die Bo niet accepteert toen hij uit de kast komt. Bo vertrekt en ervaart een gevoel van vrijheid en stabiliteit. Tony daarentegen raakt dieper verstrikt in trauma’s, verslavingen en psychoses; hij wordt herhaaldelijk opgenomen, pleegt een zelfmoordpoging en belandt uiteindelijk voor strafrechtelijke feiten onder meer in de Penitentiaire Inrichting Vught. Bo zoekt naar zijn moeder en vindt haar via een rechtbankverslag in een buitenwijk van Stockholm. Zij toont hem een oude Zweedse krantenkop die de ontvoering bevestigt; dat fysieke bewijs helpt Bo om zijn herinneringen te valideren.
Met die informatie brengt Bo hun moeder en Tony in contact. Die wederzieningen zijn emotioneel en langzaam ontwaren zij een verbrokkelde, maar werkzame band. Bo vertelt dat die relatie geleidelijk gegroeid is en langere tijd onderdeel bleef van Tony’s leven, totdat Tony “geen uitweg meer zag” — een ontwikkeling die de tragische omvang van zijn trauma onderstreept.
In de zomer van 2024 publiceerde Bo, inmiddels journalist, zijn boek Baba, waarin hij het perspectief van het kind onderzoekt bij ouderlijke ontvoering — een gezichtspunt dat volgens hem vaak ontbreekt in juridische en maatschappelijke discussies. Het boek verkocht duizenden exemplaren en was voor hem een helingsproces. Hij werkt aan een tweede boek over het leven als eeneiige tweeling. Bo onderhoudt geen contact met zijn vader; zijn relatie met zijn moeder is opnieuw te vormen op basis van wederzijds kiezen. Hij zegt gelukkig te zijn, kreeg psychologische hulp en leeft inmiddels in een stabiele driejarige relatie.
Context: het verhaal illustreert de verregaande gevolgen van ouderlijke ontvoering—verlies, identiteitsvragen, juridische conflicten en psychische schade bij kinderen—en toont hoe bewijs en tijd soms samen leiden tot herstel van relaties, maar niet altijd tot volledige reparatie van schade.