Bloeddonor besmet met westnijlvirus, voor het eerst sinds 2020, mogelijk is donorpatiënt ook besmet
In dit artikel:
In Nederland is voor het eerst sinds 2020 weer een mens besmet geraakt met het westnijlvirus. Het gaat om een bloeddonor uit de provincie Utrecht die recent niet in het buitenland is geweest. Het RIVM maakte de besmetting maandag bekend; die werd in augustus vastgesteld tijdens onderzoek van Sanquin.
Het bloed van de donor was vóór de ontdekking toegediend aan een patiënt. Sanquin heeft de patiënt en diens behandelend arts geïnformeerd, omdat overdracht van het virus via een bloedtransfusie mogelijk is. In het dagelijks contact verspreidt het virus zich niet van mens op mens. Het westnijlvirus komt oorspronkelijk bij vogels voor en wordt door muggen overgedragen op mensen en andere zoogdieren.
De meeste besmette mensen krijgen geen klachten. Ongeveer een op de vijf ontwikkelt griepachtige symptomen en circa 1 procent krijgt ernstige neurologische klachten, zoals een hersen- of hersenvliesontsteking. Vooral mensen van vijftig jaar en ouder en mensen met een verminderde weerstand lopen risico op een ernstig verloop. Er is geen vaccin of geneesmiddel tegen westnijlkoorts. Bij ernstige ziekte ligt de kans op overlijden volgens het RIVM op 4 tot 14 procent; voor zeventigplussers op 15 tot 29 procent.
Het virus wordt de laatste jaren vaker aangetroffen bij dieren in Nederland en in andere Europese landen, mede door klimaatverandering. In korte tijd zijn in Nederland een paard, een vogel en een mens positief getest, wat volgens het RIVM erop wijst dat besmette muggen actief zijn. In Europa zijn in 2026 al 245 menselijke besmettingen en twaalf sterfgevallen gemeld.
Sanquin gaat naar aanleiding van de Nederlandse besmetting uitgebreider testen. Donaties uit Utrecht en de Gooi- en Vechtstreek worden onderzocht, en donoren is gevraagd alert te blijven op klachten, ook na hun donatie.
De Oranjezomer: Noa Vahle in discussie met Chris Woerts: 'Al die Eredivisie-fans hebben nu de tv uitgezet!'