Bloed, brand en tranen
In dit artikel:
De auteur beschrijft een grimmige jaarwisseling waarin vreugdevuren en vuurwerk overal in geweld ontaardden: rellen van Breda tot Den Haag en Amsterdam, hulpverleners en politiemensen bestookt met vuurwerk en in Amsterdam de Vondelkerk die uitbrandde. Kort na middernacht kreeg hij een paniekerige NL-Alert en zag hij berichten dat de Vondelkerk afgebrand was; meteen liet hij onderzoeksbureau Abrahams Quick Research kijken, waarvan de directeur zonder aarzelen vuurwerk als oorzaak aanwees. Burgemeester Femke Halsema reageerde geschokt in het journaal.
Tussendoor schildert de schrijver persoonlijke scènes — buren die terugdenken aan pijlen en vonkenregen op de brug, zijn eigen zorgen om zijn kat — en gebruikt die observaties om te laten zien hoe het onheil dichtbij en alledaags voelde. Hij haalt ook de culturele betekenis van de Vondelkerk aan (onder meer bekend van Gerard Reve’s lof in 1969) en vraagt zich retorisch af of de brand meer is dan toeval: een daad van publieke wraak tegen elite-gebieden?
De columnist verbindt de gebeurtenissen aan het lopende debat over een landelijk vuurwerkverbod: in Amsterdam lijkt beperking averechts uitgepakt, met escalatie totumo de verwoesting van de kerk. Als conclusie suggereert hij, met ironie, dat Nederland misschien nog niet klaar is voor zo’n verbod en dat men voorlopig genoegen neemt met één nacht per jaar vol lawaai, brand en tranen — terwijl men de rest van het jaar doodgewoon doorleeft.