Blauwtongramp: afvaltrein en vernatting mogelijk toch oorzaak

vrijdag, 23 januari 2026 (17:03) - De Andere Krant

In dit artikel:

In september 2023 brak dichtbij de Loosdrechtse Plassen onverwacht blauwtong (BTV-3/NET2023) uit — een zeldzame verrijzing van het virus zo noordelijk in Europa — met grote sterfte onder schapen en koeien. Boeren droegen zelf de economische en emotionele gevolgen omdat blauwtong in Nederland als ondernemersrisico geldt. Direct na de uitbraak ontstonden verdenkingen in het lokale veld dat de nieuwe “afvaltrein” van Rome naar AEB in Amsterdam, waarin beschadigde balen met organisch afval waren waargenomen, mogelijk een rol speelde; ook het beleid dat tot vernatte, stilstaande watergebieden leidt, werd aangeduid als factor die knuttenpopulaties bevordert en daarmee ziekteverspreiding kan versterken.

Twee onafhankelijke onderzoekers, Kuik en Ormskirk, presenteerden op 14 januari 2026 in de Tweede Kamer een rapport dat deze verklaringen wetenschappelijk onderbouwt en de eerdere officiële conclusies ter discussie stelt. Met uitgebreide fylogenetische analyses en literatuuronderzoek tonen zij aan dat serotype-3-varianten uit het Middellandse-Zeegebied (Israël, Tunesië, Sardinië/Sicilië) door reassortement en mutaties plausibel konden uitmonden in de Nederlandse variant, mogelijk via processen op het Italiaanse vasteland (Lazio). Hun scenario combineert windtransport van besmette knutten, genetische veranderingen tijdens stressvolle transportcondities (waaronder de afvaltrein), en aankomst in vochtige Nederlandse veenweiden met veel runderen en schapen, waarna lokale knutten verdere overdracht konden realiseren.

Het rapport stelt dat eerdere officiële oordelen — waaronder die van voormalig minister Piet Adema en analyses van WUR/WBVR — te simplistisch of onvolledig waren. Wageningen stelde eerder dat het Nederlandse virus een nieuwe serotype-3-variant was die niet in Italië voorkwam en dat er geen verband met de afvaltrein was; in april 2024 bracht WUR ook de hypothese naar voren dat veetransport over grote afstanden had bijgedragen. Kuik en Ormskirk betogen echter dat die studies belangrijke recente literatuur en moderne data-analysemethoden ontbeerden, en dat windverspreiding en vernattingsrisico’s onvoldoende in de modellering zijn meegenomen. Zij verwijzen naar onderzoek (Tempelman Ecologie 2021) waaruit blijkt dat natte teeltvlakken tot honderdmaal meer knuttenlarven kunnen huisvesten dan gewoon slootwater, en merken op dat veldexperimentlocaties met natte teelt samenvielen met vroege uitbraakkernen.

De onderzoekers klagen over gebrekkige medewerking door instanties als NVWA en WBVR, en vinden dat de overheid het onderzoek had moeten uitvoeren. Kamerlid Dion Graus (PVV) hield het dossier levend nadat Wybren van Haga vertrok en regelde toegang tot instellingen; het rapport is aangeboden aan demissionair minister Femke Wiersma, die heeft toegezegd binnen vijf maanden te reageren (voor mei 2026). De onderzoekers roepen op tot een brede maatschappelijke dialoog, een serieus politiek debat en internationale aandacht, omdat de BTV-3-uitbraken van 2023 en de heruitbraak in 2024 grote Europese gevolgen hadden ondanks vaccinaties.

Ten slotte roepen Kuik en Ormskirk op tot nader onderzoek naar mogelijke verbanden met het afvaltransport, herbeoordeling van vernattingsbeleid als risicofactor en toepassing van geavanceerdere analysemethoden. Zij bieden hun rapport aan de Kamer aan, zoeken vervolgacties en starten een doneeractie voor getroffen veehouders. Contactinformatie voor vragen staat bij het rapport.