Blauwe juffertjes - wie is wie?
In dit artikel:
Komend weekend is de landelijke libellentuintelling, en in juni zullen veel deelnemers vooral blauwe juffertjes in hun tuin tegenkomen. De tekst van De Vlinderstichting (Kars Veling) legt uit welke soorten je het vaakst ziet en waarop je moet letten om ze uit elkaar te houden.
Opvallende, makkelijk te herkennen soorten
- Lantaarntje: donker achterlijf met aan het einde een felblauw “lampje”; de kleur van het borststuk varieert sterk (blauw, groen, geel of roze), maar het achterlijfstip is altijd blauw.
- Roodoogjuffer: lijkt qua achterlijf enigszins op het lantaarntje, maar heeft rode ogen en is daardoor niet te verwisselen.
De lastiger drie — azuurwaterjuffer, variabele waterjuffer en watersnuffel — hebben afwisselend zwarte en blauwe segmenten op het achterlijf. Kort profiel en verspreiding:
- Azuurwaterjuffer: neemt de laatste jaren toe en breidt zich uit van zandgronden naar ook klei- en veengronden.
- Variabele waterjuffer: was vroeger algemeen op klei en veen, maar de aantallen nemen af.
- Watersnuffel: vooral te vinden op zandgronden en veel aangetroffen bij vennen op de heide.
Drie herkenningskenmerken om deze blauwe juffers te onderscheiden
1. Schouderstreep: bij de watersnuffel is de blauwe streep breder dan het zwarte deel; bij azuur- en variabele waterjuffer is het blauw dunner. De schouderstreep van de variabele is vaak onderbroken en lijkt op een uitroepteken.
2. Tweede segment: watersnuffel heeft een bolletje op een steeltje; azuurwaterjuffer toont een dunne U; variabele waterjuffer een bredere zwarte V.
3. Verdeling van blauw op het achterlijf: watersnuffel en azuur hebben relatief grote, gelijkmatige blauwe vlakken; bij de variabele worden de blauwe vlekken kleiner naar achteren toe.
De Vlinderstichting biedt een herkenningskaart (pdf) voor wie wil oefenen. Foto’s in het artikel zijn van Henk Bosma en Kars Veling.