Bioloog Lonneke IJsseldijk biedt blik op gezondheid Noordzee: „De bruinvis is onze kanarie in de kolenmijn"
In dit artikel:
Lonneke IJsseldijk (34), biologe en hoofd van de Utrechtse onderzoeksgroep voor zeezoogdieren, onderzoekt wekelijks gestrande dieren in de snijzaal van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Sinds haar 21e werkte ze mee aan ongeveer 1500 secties van onder meer bruinvissen, zeehonden, dolfijnen en potvissen. Twee dagen per week verricht ze autopsies, maar haar werk is onvoorspelbaar: bij een grote walvis rijdt het team naar de strandingsplek, soms onder moeilijke omstandigheden met wind, regen en getij.
Met het onderzoek probeert IJsseldijk als een detective vast te stellen waaraan een dier is gestorven en hoe gezond het daarvoor was. De onderzoekers bekijken eerst verwondingen en organen. Pathologen onderzoeken daarna weefsel en cellen onder de microscoop, bijvoorbeeld om infecties, ontstekingen of inwendige bloedingen aan te tonen. Zo kunnen ze onderscheid maken tussen letsel dat tijdens het leven ontstond en veranderingen die pas na de dood zijn opgetreden.
De bruinvis staat centraal in haar werk. Deze beschermde walvisachtige is het meest voorkomende zeezoogdier in Nederlandse wateren. In de Noordzee leven naar schatting honderdduizenden bruinvissen; in Nederland spoelen jaarlijks honderden exemplaren aan, met in een piekjaar ongeveer 900. Volgens IJsseldijk zijn zulke sterfgevallen op zichzelf niet uitzonderlijk, maar willen wetenschappers vooral weten welk deel door menselijk handelen wordt veroorzaakt.
Bijvangst in visnetten kan worden herkend aan netafdrukken en verstikking. Snijwonden of ontbrekende lichaamsdelen kunnen wijzen op een aanvaring met een bootpropeller. Ook de gevolgen van lawaai door bijvoorbeeld windmolenparken worden onderzocht. Bruinvissen navigeren en communiceren met echolocatie, waardoor harde, voortdurende bouwherrie hun oriëntatie en contact met soortgenoten kan verstoren. Hard bewijs voor sterfte door windparken ontbreekt echter, omdat lawaai geen duidelijk zichtbaar letsel veroorzaakt.
Het onderzoek heeft volgens IJsseldijk ook bredere betekenis. De bruinvis geldt als een soort ‘kanarie in de kolenmijn’: vervuiling, PFAS en andere veranderingen in de Noordzee kunnen zichtbaar worden in zijn weefsel en immuunsysteem. Daarmee geeft het dier aanwijzingen over de gezondheid van het hele mariene ecosysteem, inclusief mogelijke risico’s voor mensen.
IJsseldijk zegt dat een dood dier haar niet verdrietig maakt, omdat ze tijdens een sectie vooral bezig is met het oplossen van de medische puzzel. Onnodige sterfte, bijvoorbeeld van een zwangere bruinvis die in een net verstrikt raakt, raakt haar wel. Ze waarschuwt ook voor pogingen om gestrande walvissen terug in zee te zetten. Een potvis die in de Noordzee strandt, is vaak ernstig ziek en heeft weinig overlevingskans; terugzetten kan het lijden slechts verlengen.
Haar belangstelling voor zeezoogdieren ontstond op jonge leeftijd. Na een opleiding kust- en zeemanagement begon ze als onderzoeksassistent, waarna ze biologie studeerde en in 2021 promoveerde op de bruinvis. Ze kwam als tiener via haar biologieleraar in contact met de Utrechtse onderzoeksgroep en bleef daar sindsdien werken.
Vandaag Inside: Johan Derksen kritisch op tv-optreden Mona Keijzer: ‘Ik ben fan van haar, maar…’