Biodiversiteit in gemeentelijke bermen erbarmelijk. 'Werd er soms gewoon boos van', zegt onderzoeker Ben (79) uit Adorp
In dit artikel:
Een emeritus-hoogleraar neurowetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen heeft recente veldwaarnemingen vergeleken met een inventaris die hij bijna veertig jaar geleden maakte en publiceerde zijn bevindingen in Nature Today. Met auto en vouwfiets bezocht hij in de afgelopen twee jaar veel van dezelfde bermen en sloten in stad en platteland van Groningen en trof grote veranderingen aan — vooral tussen gemeentelijke en provinciale bermen.
De provincie beheert ongeveer 650 kilometer berm (ruim 500 hectare) en maaide volgens de onderzoeker twee keer per jaar; gemeentelijke bermen zijn veel talrijker maar vaak sterk “verruigd”. Waar veertig jaar geleden nog op 37 plekken gevleugeld hertshooi voorkwam, vond hij daarvan nu nog maar drie. Ook soorten als zeegroene zegge, weidehavikskruid, pijptorkruid, moeraswalstro en slanke waterkers zijn veel zeldzamer geworden; sommige planten verdwenen zelfs uit natuurgebieden bij Adorp. Tegelijkertijd zijn nitrofiele planten — fluitenkruid, ridderzuring, brandnetel en snelgroeiende grassen — dominant in ruim 80% van de gemeentelijke bermen.
Bodemtype speelt mee: lichtere kleigronden (Marne, Halfambt) ondersteunen doorgaans meer soorten dan zwaardere klei (Humsterland, Middag). Waar beheer en grondsoort gunstig zijn gebleven, verschijnen nog steeds soorten als scherpe boterbloem, veldlathyrus, biggenkruid, pastinaak en rode klaver; hij vond zelfs ratelaar op exact dezelfde plek als vier decennia geleden.
De onderzoeker heeft geen definitieve verklaring, maar wijst op beheer als belangrijke factor: minder of ander maaibeleid kan leiden tot verruiging en toename van stikstofminnende soorten, terwijl beperkt maaien en beheer bijdragen aan soortenrijkdom. Zijn bevindingen benadrukken het belang van bermen en slootkanten als omvangrijk samenhangend leefgebied en corridor voor insecten, kleine zoogdieren en vogels, en leggen een oproep neer om beheerpraktijken te heroverwegen om biodiversiteit te herstellen.