Binnenskamers | Geen lawaai, geen aandacht: de uitdaging van het compromis
In dit artikel:
Edo van der Goot schrijft vanuit Den Haag over hoe het vermogen om te compromissen politieke carrières kan maken — en breken. Centraal staat Pieter Heerma, jarenlang een constante op het Binnenhof: van persvoorlichter (2002–2011) tot Kamerlid (2012–2023), waarvan twee jaar als fractievoorzitter. Hij vertrok eind 2023 relatief geruisloos en verwisselde de Kamer voor voorzitterschappen bij het Adviescollege Veiligheid Groningen en de Huurcommissie. Inmiddels is hij benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Heerma typeert de stille, maar invloedrijke politici die vooral achter de schermen werken: geen spektakelmakers, maar onderhandelaarstypes die belangrijke dossiers dragen en in 2017 en 2021 namens het CDA meebeslisten over formaties. Zulke compromiszoekers krijgen zelden publieke glorie; hun uitkomst is meestal geen aansprekend verhaal voor kiezers of media. Van der Goot wijst erop dat politiek in Nederland — met zijn coalitiesysteem — juist op dergelijke kunst van het geven en nemen drijft: zonder bereidheid tot compromis is besturen vaak onmogelijk.
Als tegenvoorbeeld noemt de columnist het politieke vertrek van oud-PvdA-leider Diederik Samsom in 2016, wiens pleidooi voor het compromis niet genoeg weerklank vond bij het publiek. Politici lijken pas later in hun loopbaan het compromis echt te omarmen, stelt Van der Goot, en hij pleit ervoor dat samenwerken en luisteren minder als iets lelijks worden gezien.
De column sluit af met korte anekdotes uit het Haagse circuit — een woordspeling van VVD-minister Eelco Heinen en een luchtig fragment met VVD’er Van der Burg — en een oproep aan lezers om signalen uit de politiek te delen. Kortom: compromis is onmisbaar voor bestuurbaarheid, maar blijft onpopulair in de publieke arena.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'