Binnen zes maanden weer verhuizen: draait de Belastingdienst dan de duimschroeven aan?
In dit artikel:
Koopt u een huis en geeft u bij de notaris aan dat het uw hoofdverblijf wordt, dan betaalt u normaal het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2%. Verhuist u binnen zes maanden na de notariële overdracht of gebruikt u het huis korter dan zes maanden als hoofdverblijf, dan voldoet u niet aan die voorwaarde. De Belastingdienst kan dan een naheffing opleggen tegen het reguliere tarief voor woningen (8%).
De fiscus en rechters houden deze zesmaandentermijn streng: alleen bij een onvoorziene omstandigheid — iets wat bij het sluiten van de koop niet te voorzien was en waarmee u redelijkerwijs niet (langer) in het huis kunt wonen — blijft het 2%-tarief mogelijk. Als voorbeelden gelden baanverlies, een nieuwe baan in een andere regio, echtscheiding of emigratie. Rechters hebben klachten als een hardnekkige geur of het simpelweg kopen van een betere woning niet als onvoorzien bestempeld; wel werd PTSS-gerelateerde paniek die bewoning onmogelijk maakte wél erkend. Misbruik kan leiden tot aanvullende controle en het oprekken van de termijn.
Verkoopt u binnen zes maanden weer, dan is bij die doorverkoop alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over de winst (verschil tussen verkoop- en aankoopprijs). In de praktijk wordt vaak in onderhandeling geregeld dat de koper de verkoper compenseert voor het verschil in belasting. Bij twijfel is het verstandig minimaal zes maanden in de woning te blijven of advies van een belastingadviseur in te winnen.