Bijna de helft van de arme werkenden heeft niet het hele jaar werk

woensdag, 21 januari 2026 (06:30) - CBS

In dit artikel:

In 2024 telde Nederland volgens het CBS ongeveer 175 duizend werkenden die in hun huishouden onder de armoedegrens leven — ruim 2 procent van de 8,5 miljoen werkenden. Na betaling van vaste lasten blijft voor deze groep onvoldoende over voor basisbehoeften zoals eten, kleding en sociale activiteiten.

Een grote groep van de arme werkenden (44 procent) had niet het hele jaar betaald werk: zij begonnen, stopten of wisselden meerdere korte banen af met periodes zonder werk. Ter vergelijking: bij alle werkenden was dat 10 procent. Veel arme werkenden hebben weinig arbeidsverleden; 63 procent had in 2024 minder dan vier jaar betaald werk als hoofdinkomen (tegen 18 procent bij alle werkenden). Van degenen die in 2024 wel begonnen met werken maar daarvoor niet werkten, had 95 procent een flexibel contract of werkte deeltijd.

Jongeren en alleenstaanden zijn oververtegenwoordigd: bijna een kwart van de arme werkenden was jonger dan 25, en 67 procent woonde alleen of in een eenoudergezin (tegen 9 en 25 procent respectievelijk voor alle werkenden). Een kwart van de arme werkenden wil meer uren werken (tegen 7 procent gemiddeld).

Het aantal arme werkenden steeg met 26 duizend ten opzichte van 2023; die toename trad zowel bij werknemers als bij zelfstandigen op. De eerdere daling in voorgaande jaren hing samen met tijdelijke coronasteun en energiemaatregelen; de energietoeslag viel in 2024 weg. Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) waren met 4,4 procent ruim twee keer zo vaak arm als werknemers en zzp’ers met personeel, en kenden ook vaker langdurige armoede. Het mediane inkomen van arme werkenden lag in 2024 circa 25 procent onder de armoedegrens, met grotere tekorten onder zzp’ers en zmp’ers dan bij werknemers.