Bijna alle EU-landen grijpen in op prijs aan de pomp, maar Nederland niet

woensdag, 15 april 2026 (10:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Nederland blijft een van de weinige EU-landen die geen directe steunmaatregelen nemen tegen de hoge brandstofprijzen, waardoor het zich steeds meer van de rest van Europa onderscheidt. Terwijl bijna alle andere lidstaten tijdelijke subsidies, accijnsverlagingen of prijsplafonds invoeren, houdt Den Haag vast aan een terughoudend fiscaal beleid: een verlaging van de accijnzen is alleen bespreekbaar als de prijzen veel hoger stijgen. Het kabinet kiest voorlopig voor gerichte steun aan ondernemers, zoals een hogere onbelaste reiskostenvergoeding en lagere motorrijtuigenbelasting voor bedrijven.

De kloof met de buurlanden heeft al zichtbare effecten. Duitsland verlaagde maandag de accijns met 17 eurocent per liter, wat tot grensverkeer bij tankstations leidt; in België en Ierland groeien politieke spanningen en protesten over de brandstofkosten — in Ierland leidde dat zelfs tot het aftreden van een staatssecretaris. Slechts vijf van de 27 EU-lidstaten hebben nog geen directe maatregelen genomen.

In Brussel groeit de zorg dat nationale noodpakketten het gelijk speelveld tussen bedrijven kunnen verstoren. De Europese Commissie wil daarom maatregelen beter coördineren en versoepelt tegelijk staatssteunregels, zodat hulp aan energie-intensieve industrieën, boeren, vissers en transportbedrijven eenvoudiger kan worden ingezet. Of sectoren daar profijt van hebben, hangt echter af van de bereidheid en de financiële ruimte van elk land; sommige lidstaten zitten al aan hun begrotingslimiet.

Landen dekken steunpakketten op verschillende wijzen: extra btw-inkomsten, belastingen op oliemaatschappijen of nieuwe heffingen (bijvoorbeeld een casinobelasting in Griekenland). Door die uiteenlopende keuzes dreigt Nederland ondernemers te benadelen en economisch geïsoleerd te raken als Europese buurlanden hun brandstofprijzen blijven verlagen.