Bijna 12.000 sociale huurders zijn ook eigenaar van een koopwoning
In dit artikel:
Het CPB publiceerde dinsdag dat een kleine groep sociale huurders in Nederland ook vastgoed bezit: ongeveer 0,5% van alle corporatiehuurders, oftewel rond de 12.000 personen. Van die groep bezit bijna 2.000 huurders meerdere koopwoningen; meer dan dertig sociale huurders hebben zelfs zeker tien koophuizen op hun naam staan.
In ongeveer één op de zes gevallen is het bezit volgens het CPB het gevolg van bijzondere omstandigheden, zoals een erfenis of mede-eigendom waarbij een ex-partner de woning bewoont. Bij zulke situaties is vaak weinig bewijs dat de huurder vrij over het pand kan beschikken, waardoor de belangen van de woningcorporatie minder snel in het geding zijn. Bij de overige vijf op de zes gevallen lijkt het bezit wel een bewuste keuze: de koopwoningen worden verhuurd of als tweede woning gebruikt.
De dataset van het CPB is geanonimiseerd, dus individuele namen zijn niet bekend, maar de gevallen komen relatief vaak voor in welvarendere buurten van Amsterdam, Haarlem en Den Haag. De kwestie kreeg landelijke aandacht nadat woningcorporatie Ymere een huurder succesvol aanklaagde die twee koopwoningen bezat terwijl hij goedkoop in een sociale huurwoning woonde; de rechter gaf prioriteit aan het maatschappelijke belang van mensen met urgent huisvestingsnoden en Ymere’s plicht om te huisvesten.
Het CPB stelt dat deze bevindingen aanleiding zijn voor een stevige discussie over inkomens- en vermogenseisen voor sociale huurwoningen. Naast strengere toetsing bij toelating pleit het instituut ook voor regels voor huurders die later uit de doelgroep raken doordat hun inkomen stijgt of zij in de tussentijd een koophuis krijgen. Volgens het CPB is het eenvoudig mogelijk om in huurcontracten een verbod op bezit van koopwoningen op te nemen om dit soort situaties te voorkomen.
Kort samengevat: het probleem betreft een kleine maar zichtbare groep sociale huurders die koopwoningen bezit en die daarmee vragen oproept over eerlijkheid en doelmatigheid in de toewijzing van schaarse sociale huurwoningen — een onderwerp dat nu zowel politiek als juridisch opnieuw op de agenda staat.