Bijenhouden of bijen houden?
In dit artikel:
Afgelopen week viel Wereld Bijendag (20 mei), gevolgd door de Internationale Dag van de Biodiversiteit (22 mei) en de Week van de Biodiversiteit — momenten die in de media dit jaar opvallend weinig aandacht kregen. Wel in het nieuws: in de Achterhoek neemt de interesse om imker te worden toe; sommige cursisten beginnen uit verlangen naar een natuurgerelateerde hobby en uit het idee dat imkerschap helpt bij natuurbehoud.
De auteur wijst echter op twee kanten van dat verhaal. Enerzijds noemen imkers en kennisinstellingen (de Nederlandse Bijenhoudersvereniging en EIS Kenniscentrum Insecten) dat het verbeteren van voedsel- en nestvoorzieningen voor bijen prioriteit heeft en dat honingbijen niet per se de belangrijkste oorzaak zijn van de achteruitgang van wilde bijen. Anderzijds worden ethische kwesties en ecologische effecten zelden besproken: praktijken als het afknippen van de vleugels van koninginbijen of het doden van darren roept morele vragen op, en het massaal houden van één soort — de honingbij — kan de al beperkte voedsel- en ruimtebronnen belasten en zo concurrentie veroorzaken voor de ruim 350 inheemse bijensoorten in Nederland. Al vóór 2018 stonden meer dan de helft van die soorten op de rode lijst; sindsdien lijken de cijfers alleen maar verslechterd.
De schrijver pleit voor een integrale aanpak: een verbod op pesticiden, maatregelen tegen klimaatverandering en verdroging, en andere keuzes in landgebruik. Tegelijk stelt hij dat het hoog tijd is om kritisch te beoordelen of het houden van honingbijen in de huidige biodiversiteitscrisis nog verantwoord is — zowel vanuit welzijnsperspectief als biodiversiteitsoverwegingen. Als alternatief raadt hij meehelpen aan tellingen, bijvriendelijke tuinen en nestvoorzieningen voor solitaire bijen.