Bijeenkomsten van premier Viktor Orbán en uitdager Péter Magyar lokken honderdduizenden aanhangers de straat op in Boedapest
In dit artikel:
Op de Hongaarse nationale feestdag 15 maart trokken honderdduizenden mensen in Boedapest naar grote politieke bijeenkomsten, een voorproefje van de parlementsverkiezingen op 12 april. Aan de ene kant vulde premier Viktor Orbán het plein voor het parlement; aan de andere kant verzamelde uitdager Péter Magyar met zijn Tisza-partij aan de Donau en richting Heldenplein. Peilingen wijzen in veel gevallen op een voorsprong voor Tisza, wat de verkiezingen voor Orbán — sinds 2010 aan de macht en op jacht naar zijn vijfde termijn — bijzonder belangrijk maakt.
Orbán gebruikte zijn toespraak om fel uit te halen naar Oekraïne en de Europese Unie, en bracht recent ook een agressieve anti-Oekraïnecampagne. De spanningen zijn vergroot door een kapotte oliepijplijn die Russische olie via Oekraïne naar Hongarije bracht. Hij beschreef een dreigende toekomst met oorlog en migratie en positioneerde zichzelf als hoeder van stabiliteit en veiligheid in die context. Verder suggereerde hij dat Kiev, de EU en Tisza een samenzwering zouden vormen om zijn regering te verdrijven.
Magyar, voormalig Fidesz-lid en 44-jarige advocaat die in 2024 brak met Orbáns partij na een pedofilieschandaal in een kindertehuis, legde de nadruk op herstel van democratische instituties en een heroriëntatie van Hongarije naar het Westen in plaats van Moskou. Hij bekritiseerde Orbán scherp om het vermeende klampen aan de macht en het aanwakkeren van conflicten als politiek instrument.
De rivaliteit en de grote publieke opkomst op 15 maart illustreren hoezeer de komende verkiezingen worden gezien als een hefboom voor de toekomst van Hongarije — tussen voortzetting van Orbáns illiberale koers en een beloofde terugkeer naar democratische normen.