Bijbelvertaler Waynse uit Tanzania is niet verbaasd dat God zijn werk zegent
In dit artikel:
Albinus Waynse, een Simbiti-predikant en Bijbelvertaler uit Tanzania, staat centraal in een warm weerzien met vertaalconsulent André Kamphuis aan het Victoriameer in Musoma. De twee werkten jarenlang samen aan de vertaling van het Nieuwe Testament in het Simbiti, de taal van een stam aan de overkant van het meer. Kamphuis roemt Waynse’s uitzonderlijke inzet: hij begon vaak al om zes uur ’s ochtends en vertaalde met een tempo dat anderen nauwelijks konden volgen.
Waynse groeide op met meerdere talen en leerde al vroeg de Bijbel kennen via zijn grootmoeder. Na een loopbaan in Dar-es-Salaam, waar hij manager was bij een Japans radiobedrijf, verloor hij zijn baan nadat hij misstanden had aangekaart. Dat leidde hem naar het predikantschap en later naar het vertaalwerk. Rond 2006 of 2007 werd hij gevraagd mee te werken aan een eerste woordenlijst van het Simbiti, waarna hij vertaler werd omdat hij zowel de taal als de Bijbel goed kende.
Volgens Waynse maakt een Bijbelvertaling in de moedertaal het geloof veel begrijpelijker en levendiger. Hij geeft als voorbeeld dat men in het Simbiti een nieuw begrip moest vinden voor “berouw”: uiteindelijk werd dat omschreven als “de zonde uitbraken”, een uitdrukking die inmiddels ingeburgerd is. De vertaling heeft volgens hem ook creatieve reacties in de kerken op gang gebracht, zoals liederen en spelvormen die direct voortkomen uit de preek. Hoewel het Nieuwe Testament al beschikbaar is, benadrukt hij dat het volk ook het Oude Testament nodig heeft, zodat de volledige Bijbel in het Simbiti kan worden gelezen.
Vandaag Inside Oranje: Zien we Van Dijk en Memphis nog terug in Oranje?