Bij verduurzaming staat inspraak sociale huurders onder druk, erkent minister
In dit artikel:
Minister Elanor Boekholt‑O’Sullivan (D66) onderzoekt of sociale huurders hun instemmingsrecht verliezen bij grote verduurzamingswerken door woningcorporaties. Aanleiding is een Follow the Money‑artikel en Kamervragen, waarin staat dat huurders soms maanden in vochtige, lawaaiige woningen moeten blijven. Corporaties omzeilen volgens dat verhaal hun plichten door ingrijpende renovaties als ‘groot onderhoud’ of ‘dringende werkzaamheden’ te bestempelen; daarmee vervalt in veel gevallen het formele instemmingsrecht en de plicht tot een wisselwoning of schadevergoeding.
De minister erkent de signalen en verwijst naar klachten van de Woonbond en meldingen uit de huursector. Tegelijk ontbreekt bij haar ministerie een overzicht: er is geen centrale registratie van projecten en geen toezichthouder die controleert of een klus terecht als onderhoud wordt aangemerkt. Juridische geschillen over de classificatie komen uiteindelijk bij de rechter, maar voor individuele huurders vormt de stap naar de rechter vaak een te hoge drempel.
Het kabinet werkt aan wetswijzigingen rond verduurzaming, waarmee huurders volgens Boekholt‑O’Sullivan in de toekomst meer inspraak moeten krijgen. Ook wordt onderzocht of het onderscheid tussen ‘onderhoud’, ‘renovatie’ en ‘dringende werkzaamheden’ juridisch scherper kan. Concrete deadlines of garanties gaf de minister niet. Tegelijkertijd wees ze op de opgave voor corporaties: vóór 2029 moeten sterk verouderde woningen met slechte energielabels verduurzaamd zijn, waardoor het aantal grootschalige ingrepen flink zal toenemen.
Kort samengevat: er is erkenning van het probleem en voornemens tot wetsaanpassing, maar momenteel bestaat er geen toezicht noch volledig inzicht, waardoor kwetsbare huurders in de praktijk weinig middelen hebben om tegen classificatie‑trucs op te treden.