Bij steenhouwerij Lavertu is opvallend veel vraag naar grafstenen met het wapen van Amsterdam
In dit artikel:
Steenhouwerij Lavertu in Amsterdam bestaat sinds 1911 en wordt inmiddels door de vijfde generatie geleid: Bas Wildschut (41) en zijn vrouw Ilse Wildschut‑Maes (34) namen het familiebedrijf zeven jaar geleden over van Ilses vader Frans Maes. Het atelier werkt vanuit Sloterdijk en plaatste die ochtend een hardstenen grafmonument op begraafplaats Sint Barbara; met een speciale elektrische monumentenwagen en machines worden zware platen en sierbalken mechanisch gelegd. Drie medewerkers — Bas, zijn neef Ritchie (17, leerling‑steenhouwer) en stagiair Tygo (16) — verzorgen montage en afwerking op meerdere Amsterdamse begraafplaatsen per week.
Lavertu is diep verankerd in de stad: het bedrijf leverde grafstenen voor bekende Amsterdamse families en beroemdheden (onder meer een urnengrafje voor André Hazes) en speelt in op lokale voorkeuren, zoals grote steenformaten (2,60 x 1,30 m), decoraties met engeltjes, vlinders en opvallend vaak de drie andreaskruizen of het Amsterdamse stadswapen. Qua materiaal en vorm zijn vrijwel alle opties mogelijk — van marmer tot graniet, glanzend of mat, met teksten in verschillende talen — en het bedrijf probeert voor ieder budget een passende oplossing te maken.
De geschiedenis loopt via oprichter J. Lavertu in 1911, door verhuizingen en familietakjes na de Tweede Wereldoorlog, naar neef Piet Maes (eigenaar sinds 1968) en vervolgens Frans Maes, die het bedrijf in 1992 overnam en het decennialang runde. Ilse groeide letterlijk op tussen de grafstenen; Bas belandde via hun relatie in het vak nadat hij andere, feestelijkere carrièrewensen had gehad. De overdracht was ook bedoeld om werk en gezin te verenigen: Ilse werkte nachtdiensten als ic‑verpleegkundige, Bas legde lange afstanden af voor zijn eerdere baan, en samen wilden ze een vaste basis.
Het ambacht is de afgelopen decennia gemoderniseerd: veel zagen, schuren en beletteren gebeurt machinaal, wat het zware handwerk verlicht maar ook vakkennis vereist. Toch blijft fijn handwerk aanwezig — Ilse werkt bijvoorbeeld met bladgoud voor letters — en de praktijk kent emotionele kanten: het contact met rouwende klanten vraagt geduld en betrokkenheid, zeker bij verlies van kinderen of complexe familieverhoudingen. Bas benadrukt dat het werk ‘eerlijk’ voelt; het omgaan met dood en verlies leer je gaandeweg.
Toekomst en zorgen: steenhouwen is een krimpend beroep. De enige Nederlandse opleiding zit in Utrecht en steeds minder jongeren kiezen voor grafwerk; veel bedrijven zoeken daarom naar opvolging binnen de familie. Ook verandert de markt door een hoger crematiepercentage, waardoor traditionele grafmonumenten minder vanzelfsprekend zijn. Lavertu houdt bewust vast aan het vakgebied en kiest niet voor verbreding naar keukenbladen of vloeren, omdat dat ten koste kan gaan van de aandacht voor grafwerk. Het doel is geen snelle groei, maar een menselijk, ambachtelijk bedrijf waarin naam, traditie en zorgvuldigheid samenkomen.