Bij je broer of zus gaan wonen kan je AOW verlagen: een relatie is niet nodig
In dit artikel:
Wie na de AOW-leeftijd bij een broer of zus intrekt, kan volgens de SVB worden gezien als iemand met een gezamenlijke huishouding. Dat kan leiden tot de lagere AOW voor samenwonenden, ook als er geen liefdesrelatie is. De SVB beoordeelt de feitelijke situatie: wie woont waar, hoe worden de kosten verdeeld en welke huishoudelijke taken voeren de bewoners voor elkaar uit?
Een gezamenlijke huishouding kan bestaan wanneer twee volwassenen regelmatig een wezenlijke bijdrage leveren. Dat hoeft niet alleen financieel te zijn: naast het betalen van kosten kunnen ook koken, schoonmaken of administratie meetellen. Incidentele boodschappen of een kleine, sporadische bijdrage zijn doorgaans onvoldoende. Alleen een andere afspraak op papier biedt daarom geen zekerheid; de daadwerkelijke woon- en financiële situatie is bepalend.
Vanaf 1 juli 2026 bedraagt de volledige AOW voor een alleenwonende in Nederland €1.581,55 netto per maand met loonheffingskorting. Voor gehuwden en samenwonenden is dat €1.084,13 per persoon, een verschil van €497,42 per maand. De bedragen kunnen afwijken bij een onvolledige AOW-opbouw of een andere belastingsituatie. Gedeelde woonlasten kunnen het inkomensverlies deels compenseren, maar moeten worden afgewogen tegen onder meer verzekeringen, gemeentelijke lasten, boodschappen en verhuiskosten.
Andere regels kunnen gelden wanneer iemand uitsluitend met een eigen kind of ouder woont. Ook een zakelijke huurrelatie wordt op basis van de feitelijke afspraken en bewijsstukken beoordeeld; een huurcontract alleen is niet altijd voldoende. Wie een verhuizing overweegt, doet er daarom goed aan vooraf concreet aan de SVB voor te leggen wie intrekt, wie welke kosten betaalt en hoe het huishouden wordt geregeld. Wijzigingen moeten in Nederland doorgaans binnen vier weken en vanuit het buitenland meestal binnen zes weken worden gemeld, bijvoorbeeld via Mijn SVB.
Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat er plotseling vandoor In de Wandelgangen: 'Dááááág!'