Bij dit bedrijf in Lelystad vliegen de pfas je letterlijk om de oren

maandag, 15 december 2025 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Op bedrijventerrein De Oostervaart in Lelystad is jarenlang pfas‑vervuiling ontstaan rond de Eerste Lelystadse Schroothandel (E.L.S.), dat sinds minstens 2017 op grote schaal brandblussers verwerkte. De stoffen leken via lekken, omgevallen tanks en soms overgevlogen schuim in het bedrijfsterrein, het riool en uiteindelijk in oppervlaktewater terecht te komen. Waterzuiveringsinstallaties halen pfas niet uit het water, waardoor de stoffen verder verspreiden.

Buren en ondernemers op het terrein, met name Chris Heijnen van Heynen Systems, ontdekten in 2022 hooggeconcentreerde pfas in dakgoten en zagen regelmatig schuim over de schutting waaien. Heijnen deed handhavingsverzoeken en verzamelde monsters (hij bewaarde bladeren uit de buurt om te laten onderzoeken), waarna de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) en Waterschap Zuiderzeeland in beeld kwamen. Metingen toonden extreem hoge waarden in bedrijfsafvalwater — vele tienduizenden keren hogere concentraties dan de normen voor oppervlaktewater voor bekende pfas‑stoffen.

De OFGV stelde vanaf 2022 strengere vergunningseisen, en na klachten en verder onderzoek legde een inspectie op 30 oktober 2023 meerdere overtredingen vast, onder meer lozingen op het riool en lekkage op het terrein. E.L.S. kreeg de eis die problemen te herstellen; boetes of dwangsommen werden niet opgelegd omdat de inspectie vond dat het bedrijf maatregelen nam. Heijnen stapte in juli 2023 naar de civiele rechter en kreeg in juli 2024 gelijk: het gerechtshof oordeelde dat E.L.S. in strijd met de vergunning pfas uitstootte en legde boetes op tot in totaal maximaal €250.000. Omdat dit een civiele uitspraak was, volgde geen verplichte handhaving door de OFGV.

Provinciaal onderzoek (ingezien via een extern ingenieursbureau) concludeerde dat grond en grondwater op het E.L.S.-terrein ernstig verontreinigd zijn en mogelijk verder verslechteren. Experts en betrokkenen waarschuwen dat sanering dringend nodig is en schatten de kosten uiteenlopend: van ruim een miljoen tot meerdere tientallen miljoenen euro’s, afhankelijk van de omvang en of omliggende gebouwen gesloopt moeten worden. Als precedent wordt verwezen naar een zaak in Doetinchem waar de opruiming tot nu toe ruim €11 miljoen kostte, waarvan het Rijk uiteindelijk een groot deel betaalde.

E.L.S.-eigenaar Arjan van ’t Wel betwist inmiddels dat zijn bedrijf de grootschalige vervuiler is: hij zegt dat een ‘fingerprint’-onderzoek anders uitwijst, maar deelt dat rapport niet openbaar vanwege lopende procedures. Eind 2022 richtte hij een nieuwe bv op, op een andere locatie op hetzelfde terrein, met een vloeistofdichte vloer en een moderne zuiveringsinstallatie; hij wil daar de recycling en verwerking uitbreiden en stelt dat daarmee toekomstige lozingen worden voorkomen. Omwonenden, waaronder Heijnen, blijven echter bezorgd over de bestaande verontreiniging en de onduidelijkheid wie uiteindelijk de saneringskosten zal dragen. Nederlandse wetgeving stelt in principe dat de vervuiler betaalt, maar in de praktijk kunnen ook terrein‑eigenaren of de overheid (en dus belastingbetalers) opdraaien voor opruimkosten als verantwoordelijken niet wíllen of kúnnen betalen.

Kortom: er is op het E.L.S.-terrein in Lelystad ernstige pfas‑verontreiniging vastgesteld, juridische en bestuurlijke stappen hebben deels onduidelijke uitkomsten opgeleverd, en de discussie over verantwoordelijkheid en financiering van een ingrijpende en dure sanering is nog onbeslecht.