Bij de Roemeense schrijver Mircea Cărtărescu grijpen niet alleen zijn vertalers maar ook zijn lezers geregeld naar het woordenboek
In dit artikel:
Vertaler Jan Willem Bos blikt in aanloop naar de Europese Literatuurprijs terug op zijn werk aan Theodoros van de Roemeense auteur Mircea Cărtărescu, een uitbundige en taaie historische roman die bijna volledig in de tweede persoon is geschreven. Bos heeft inmiddels meer dan drieduizend pagina’s van Cărtărescu vertaald en noemt die opdracht tegelijk een genoegen en een beproeving. Vooral de rijke, archaïsche stijl, de vele woorden van Griekse en Turkse oorsprong en de noodzaak om een even kleurrijk Nederlands register te vinden, maakten de vertaling lastig. Hij zocht daarbij hulp in woordenboeken, de Bijbel, de Ethiopische Kebre Negest en online bronnen, en overlegde regelmatig met andere Cărtărescu-vertalers. Bos vertelt hoe hij soms zeldzame of vergeten Nederlandse woorden inzet om de toon van het origineel te benaderen, zoals bij ‘stoeter’ en ‘eunjer’. Volgens hem moet een vertaling de lezer ook laten struikelen over woorden die onbekend zijn, net als in het Roemeens origineel.
De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'