Bij de opwarming en CO2-uitstoot van 56 miljoen jaar geleden waren enorme bosbranden en bodemerosie het gevolg

maandag, 19 januari 2026 (21:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

Mei Nelissen (NIOZ/Universiteit Utrecht) en collega’s publiceerden op 19 januari in PNAS nieuw bewijs dat de aarde 56 miljoen jaar geleden — tijdens het Paleocene–Eocene Thermal Maximum (PETM) — in korte tijd bijna even snel opwarmde als nu. Ze bestudeerden fijn gelaagde boorkernen uit de Noorse Zee (genomen tijdens een IODP-expeditie in 2021) en lazen daarin seizoens- tot jaar-resolutie van stuifmeel, sporen, microfossielen, houtskool en mineraalafzettingen.

De gegevens tonen dat, binnen maximaal circa 300 jaar na het begin van een explosieve CO2-toename, de eerder door naaldbossen gedomineerde vegetatie op de onderzochte locatie grotendeels verdween en werd vervangen door varens. Houtskool nam toe — aanwijzing voor meer bosbranden — en de hoeveelheid kleimineralen in het zeesediment wijst op sterke bodemerosie en landverlies naar zee. Ook liet het mariene signaal duidelijk zien dat het zeewater verzuurde: er verdwenen calcietafzettingen omdat vele organismen geen kalkskeletjes meer konden vormen.

De precieze oorzaak van die PETM-CO2-piek is onduidelijk, maar vermoedelijk speelde ontsnappend methaan uit instabiele methaanhydraten en intens vulkanisme een rol. Voor het heden is relevant dat de menselijke verbranding van fossiele brandstoffen nu verantwoordelijk is voor de opwarming; de hedendaagse CO2-emissies lopen 2–10 keer sneller dan tijdens het PETM, hoewel de toename van atmosferische CO2 in die periode onder geologische omstandigheden het meest vergelijkbaar is met nu.

De studie levert een mijlpaal door aan te tonen hoe snel terrestrische ecosystemen kunnen omslaan en hoe branden en erosie extra koolstof vrijmaken, wat de opwarming kan versterken. Dit onderstreept de urgentie van het aanpakken van huidige emissies en helpt voorspellen welke langjarige land- en zeeeffecten bij aanhoudende opwarming te verwachten zijn.