Bij de bouw van een moskee bepaalt vooral de gemeente hoe die er uit zal zien

woensdag, 18 maart 2026 (13:03) - Trouw

In dit artikel:

Joris Rijbroek (54) promoveert woensdag aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar nieuwbouwmoskeeën in Nederland. Hij stelt dat zulke projecten vooral een product zijn van lokale bestuurlijke besluitvorming en professionele ontwerpvisies, en veel minder van de wensen van de betrokken moskeegemeenschappen zelf.

Rijbroek zag dat architecten en stedenbouwkundigen vaak de bepalende rol spelen: hun opvattingen over hoe een moskee eruit hoort te zien worden zwaarder meegewogen dan de intern geuite behoeften van de gebruikers. De publieke controverse rond een moskee ontstaat meestal alleen in de beginfase wanneer plannen bekend worden; daarna verloopt het proces vooral als een reeks onderhandelingen tussen gemeente, ontwerpers en gemeenschap.

Gemeenten formuleren uiteenlopende eisen: een gebouw moet herkenbaar zijn als moskee (bijvoorbeeld door een minaret of koepel) maar tegelijk aansluiten op het omliggende straatbeeld. Die dubbele eis levert praktisch vaak een compromis op waarbij aan de buitenkant symbolische elementen worden toegevoegd — soms tegen hoge kosten en met voorschriften voor baksteen en detaillering — terwijl de gebedsruimte binnen kleiner of minder functioneel uitvalt dan de gemeenschap nodig achtte. Rijbroek benadrukt dat gemeenten zich als neutrale scheidsrechters presenteren, maar zelf ook belangen hebben in de inrichting van de openbare ruimte.

De kernconclusie is dat, hoewel Nederlandse moslims formeel vrijheid hebben om hun geloof in de publieke ruimte te belijden, de feitelijke mogelijkheden beperkt zijn: moskeeën moeten letterlijk en figuurlijk “in het straatje passen”, wat hun representatieruimte en interne mogelijkheden aantast. Dit onderzoek plaatst de discussie over moskeebouw in Nederland vooral in het licht van stedelijk bestuur en planning, in plaats van alleen maatschappelijke onvrede.