Bij Ahold is een buitenstaander benoemd tot ceo. Is het een zwaktebod als een nieuwe topbestuurder van buiten het bedrijf komt?
In dit artikel:
Leiderschapssuccesie krijgt bij twee grote Nederlandse bedrijfsnamen een onverwachte wending. Ahold kondigde vorige week aan dat ceo Frans Muller volgend jaar april met pensioen gaat; hij wordt opgevolgd door Thierry Garnier, een Fransman afkomstig van doe-het-zelfketen Kingfisher en dus een buitenstaander zonder Ahold-achtergrond. Bij Heineken loopt de zoektocht naar een opvolger van Dolf van den Brink nog, maar de raad van commissarissen heeft duidelijk gemaakt dat de nieuwe ceo waarschijnlijk van buiten het bedrijf zal komen.
Dat is opvallend omdat beide concerns traditioneel intern hun topbestuur rekruteerden: Heineken heeft jarenlang talenten via een lang traject klaargestoomd (denk aan Van den Brink en zijn voorganger Van Boxmeer) en ook Ahold greep meestal terug op managers die eerst andere rollen binnen of buiten het bedrijf hadden vervuld. Een eerdere uitzondering bij Ahold was na het boekhoudschandaal van 2003, toen de Zweed Anders Moberg van Ikea werd binnengehaald.
Een mogelijke verklaring is dat beide raden van commissarissen recent nieuwe leiders kregen, die hun stempel snel lijken te drukken. Een inventarisatie van ceo-benoemingen bij beursgenoteerde bedrijven laat zien dat vijf van de negen nieuwe ceo’s van de afgelopen twee jaar intern zijn gepromoveerd — volgens de klassieke opvolgingstheorie keurig voorbereid — maar dat er ook andere bewegingen zichtbaar zijn: relatief weinig Nederlanders in de top, en met Garnier erbij drie nieuwe ceo’s uit Frankrijk. Positief is dat de helft van de recente benoemingen vrouwelijk is, een uitzondering vergeleken met het wereldwijde aandeel van circa 9% in 2025.
Kortom: hoewel intern opgeleide opvolging nog voorkomt, is er bij grote Nederlandse concerns duidelijk meer openheid voor externe, internationale leidinggevenden — mogelijk gedreven door veranderde bestuursvoorkeuren en de behoefte aan nieuwe expertise.