Bidden voor een oorlog: Hegseth versus de paus
In dit artikel:
Paus Leo XIV sprak op Palmzondag op het Sint-Pietersplein krachtig tegen oorlog en tegen het gebruik van religie om militaire acties te rechtvaardigen. Hij verwees naar het Bijbelboek Jesaja en stelde dat gebeden voor oorlogsoverwinning in feite vragen om het overlijden van anderen zijn; God zou zulke gebeden verwerpen. De paus riep opnieuw op tot een einde van de confrontatie met Iran en waarschuwde expliciet tegen luchtbombardementen, omdat die het onderscheid tussen burgers en militairen wegvagen. In februari had het Vaticaan beleefd een uitnodiging om deel te nemen aan Trumps Vredesraad afgeslagen.
In de Verenigde Staten was er directe reactie: de perschef van het Witte Huis, Karoline Leavitt, noemde het nobel om te bidden voor Amerikaanse militairen. Het Witte Huis gebruikt volgens het stuk graag religieuze taal om militaire acties te legitimeren. Woensdag bad minister van Oorlog Pete Hegseth in het Pentagon expliciet om heftig geweld tegen „zij die geen genade verdienen”; die gebedsdiensten leidden tot een rechtszaak van Americans United for Separation of Church and State vanwege de scheiding tussen kerk en staat.
Het artikel plaatst de pauselijke kritiek in een bredere, historische context met een verwijzing naar Mark Twains satirische verhaal uit 1905, waarin een predikant in een Amerikaanse kerk een smeekbede vervangt door expliciete wensen voor wrede vernietiging van vijandelijke soldaten en burgers. Die novelle illustreert de morele paradox: bidden voor militair succes is ook bidden voor massale doden en lijden, een punt dat de paus volgens het stuk scherper onderstreept dan sommige Amerikaanse politici en woordvoerders.
Kortom: het Vaticaan keurt oorlog en het instrumentaliseren van geloof voor militaire doeleinden af, terwijl in de VS politieke leiders religieuze retoriek gebruiken om steun voor militaire acties te mobiliseren — een botsing van morele en constitutionele opvattingen over geloof en oorlog.