Bidden hoogstnoodzakelijk, ook voor het kabinet-Jetten
In dit artikel:
Wijlen dominee J. Overduin wordt opgevoerd als voorbeeld: de Kerk hoort volgens hem het hoogste gezag in de wereld te zijn, maar heeft die taak verwaarloosd wanneer zij terugdeinst voor confrontatie met de overheid en haar verantwoordelijkheid om Gods Woord te spreken laat varen. Als illustratie wordt de Russische Kerk genoemd, die volgens de auteur het Kremlin boven God plaatst — een vorm van verraad tegenover de profeten van vroeger.
Centraal in het betoog staat een oproep tot gebed voor wie bestuurt. De schrijver beroept zich op Bijbelse inspiratie (onder meer de opdracht van Paulus in 1 Timotheüs) en op Calvijns gedachte dat zelfs een slechte overheid beter is dan geen overheid. Ook als regeringen fouten maken of partij- en groepsbelangen laten voorgaan, behoort de christen uit te gaan van Gods Koninkrijk en te bidden dat Gods wil geschiede. Zonder biddende betrokkenheid kan de overheid volgens de schrijver kwetsbaar zijn voor demonische invloeden en kan “het beest” zijn kans grijpen.
Actueel genoemd is de machtswisseling van kabinet-Schoof naar kabinet-Jetten: juist in zo’n overgangssituatie pleit de auteur onverholen voor gebed om wijsheid voor de nieuwe leiders. Hij verwerpt de houding van mensen die weigeren voor een regering te bidden en ziet dat als een nalaten van het apostolische gebedsgebod. De kernboodschap: ga op de knieën voor hen die regeren — ook voor het kabinet-Jetten — omdat gebed invloed heeft en Gods voorzienigheid door de gebeden van gelovigen kan werken.