Biddag met Abraham

woensdag, 11 maart 2026 (07:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In Genesis 18 treedt Abraham op als bemiddelaar voor de zondige stad Sodom en doet dat op een manier die in de Bijbel opvallend is: hij gaat God vrijmoedig tegemoet en handelt als een pleitbezorger voor eventuele rechtvaardigen in de stad. Nadat God heeft aangekondigd Sodom te zullen vernietigen vanwege de ernst van de zonden en het geschrei van de slachtoffers, onderhandelt Abraham hardnekkig — hij telt af van vijftig naar tien — en krijgt telkens de belofte dat God de plaats zou sparen als zo veel rechtvaardigen gevonden zouden worden. Uiteindelijk belooft God genade voor het geval er tien rechtvaardigen zijn.

De profeet Ezechiël geeft een schrijnend beeld van Sodom als een stad van hoogmoed, overvloed en egoïsme: rijkdom, volle tafels en geen zorg voor de armen. Seksueel geweld en het niet beschermen van vreemdelingen tonen de morele ontbinding; Lot zelf biedt zijn dochters aan om gasten te redden. Abraham voelt zich klein en aarzelt om nóg een keer te pleiten — zesmaal doet hij het, want zes staat voor de beperkte mens; de zevende stap laat hij aan God over, het getal van het goddelijke.

De tekst trekt een verbinding tussen Abraham en de uiteindelijke verlosser: in Abraham ziet God iets van de mens zoals Hij die bedoeld had, maar Christus belichaamt die bemiddeling volledig. Paulus wijst erop dat Jezus nu aan Gods rechterhand voor ons bidt, net zoals Abraham pleitte voor Sodom.