Bibliotheekwet op de schop: in elke gemeente een bieb
In dit artikel:
Klaas Gommers, adviseur verenigingszaken bij de Vereniging van Openbare Bibliotheken, benadrukt dat de bibliotheek “een basisvoorziening” is: niet alleen een uitleenpunt, maar een plek voor computerworkshops, taallessen, ontmoeting en lokale dienstverlening die eenzaamheid tegengaat. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil gemeenten nu wettelijk verplichten om hun inwoners toegang tot een volwaardige bibliotheek te garanderen; daarvoor wordt jaarlijks ongeveer 60 miljoen euro vrijgemaakt.
Uit cijfers van de Koninklijke Bibliotheek (2023) blijkt dat elf gemeenten nog niet aan die eis voldoen: zij bieden vaak alleen onbemande afhaalpunten, een bibliobus-halte of verwijzen naar een buurgemeente. De ministiële wetswijziging ligt ter behandeling in Den Haag en treedt na goedkeuring in werking. Gommers wijst erop dat toegang per gemeente moet worden afgestemd op lokale omstandigheden — stads- en dorpssituaties verschillen sterk (voorbeeld: Amsterdam versus Schiermonnikoog; Eindhoven had ooit maar één vestiging) — en dat reistijd en bevolkingssamenstelling bepalen wat ‘toegankelijk’ is.
In 2023–2024 verstrekte het Rijk al eenmalige subsidies om openingstijden uit te breiden en meer locaties te openen; de nieuwe regeling zoekt blijvende verantwoordelijkheid en financiering om bibliotheken als brede maatschappelijke voorziening te borgen.