Biënnale-directeur zet deur open voor Moskou en staat in Italië zeker niet alleen: 'een moedig gebaar'
In dit artikel:
Pietrangelo Buttafuoco, sinds twee jaar voorzitter van de Biënnale-stichting in Venetië, heeft besloten Rusland na meerdere jaren van afwezigheid weer toe te laten op de kunstmanifestatie die in mei begint. De stichting organiseert naast de tweejaarlijkse kunsttentoonstelling ook het filmfestival van Venetië. Buttafuoco zegt dat ook andere landen die in oorlog zijn — van Iran tot Israël en Oekraïne — welkom blijven; volgens hem moeten volkeren in conflict mogelijkheden voor ontmoeting behouden en maken kunstenaars uiteindelijk autonome keuzes, ook als staten hen afvaardigen.
De beslissing leidde tot internationale verontwaardiging: twintig EU-lidstaten, plus Noorwegen en Oekraïne, riepen op Rusland alsnog te weren en de Europese Commissie dreigt de subsidies aan de Biënnale te stoppen. Binnen Italië distantieert minister van Cultuur Alessandro Giuli zich inhoudelijk van het besluit, maar benadrukt hij de autonomie van de stichting. Premier Giorgia Meloni zwijgt publiekelijk over de kwestie.
De zaak speelt tegen de achtergrond van politieke benoemingen: Buttafuoco, een Siciliaanse schrijver en oud-journalist, werd aangesteld onder de vorige minister en deelt een politieke jeugdachtergrond met Meloni en Giuli in de jongerenorganisatie van het voormalige neofascistische MSI. Zijn eerder bekeerde sjiitische geloof en eerdere uitsluiting als regionale kandidaat in 2015 maken zijn profiel opvallend; de huidige regering steunt welbewust eigen kandidaten op culturele sleutelposities om wat zij zien als een 'linkse culturele hegemonie' te doorbreken.
Politieke reacties zijn verdeeld: rechts-nationale politici zoals Matteo Salvini, Ignazio La Russa en Venetiës burgemeester Luigi Brugnaro juichen de keuze ten dele toe als kans voor dialoog, maar waarschuwen tegen propaganda. Tegelijk blijft Italië een land waar pro-Russische sentimenten historisch sterk zijn; die komen nog altijd in media en bij partijen zoals delen van de Vijfsterrenbeweging terug. De controverse toont hoe cultureel beleid sinds de oorlog in Oekraïne is verworden tot een geopolitiek strijdpunt.