Bezoek van koningspaar aan Trump komt op een precair moment. Voor premier Jetten is het bezoek zowel een unieke kans, als een groot risico
In dit artikel:
Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en premier Rob Jetten worden maandagavond informeel door president Trump ontvangen in het Witte Huis — een bezoek dat aanvankelijk bedoeld was als blijk van de nauwe Amerikaans-Nederlandse banden, maar dit keer onvermijdelijk in het teken staat van de oorlog met Iran en de onrust binnen de NAVO. In Den Haag werd het nieuws over Trumps grillige uitspraken en achtereenvolgende berichtgeving op sociale media van minuut tot minuut gevolgd; afzeggen van het geplande bezoek werd als ondenkbaar beschouwd.
Het bezoek was niet ad hoc: het koningspaar had werkbezoeken aan Pennsylvania en Florida gepland en Trump had vorig jaar tijdens de NAVO-top in Den Haag een uitnodiging uitgesproken. Omdat het diner informeel is, is er geen gezamenlijk persmoment gepland; Jetten zal na afloop wel met Nederlandse journalisten spreken. De aanwezigheid van het koningshuis wordt door kenners gezien als een nuttig diplomatiek instrument om spanningen te verzachten.
De timing is gevoelig. De Verenigde Staten en Israël startten de militaire acties tegen Iran kort na de beëdiging van het nieuwe Nederlandse kabinet, zonder Europese partners daarover eerst te informeren. Dat plaatst Jetten in een lastige beginfase van zijn premierschap: enerzijds roept hij op tot deëscalatie en benadrukt hij het belang van een snel einde van de vijandelijkheden vanwege economische en veiligheidsgevolgen; anderzijds toont hij begrip voor optreden tegen het Iraanse regime. Zijn doel tijdens het gesprek met Trump is volgens eigen zeggen om stevig van mening te wisselen over meerdere onderwerpen, waaronder de situatie in de Straat van Hormuz.
Nederland bevindt zich in de voorhoede van Europese landen die positief staan tegenover deelname aan een maritieme missie om de vrije scheepvaart in Hormuz te beschermen. Samen met zeven andere grote Europese landen heeft Nederland een verklaring uitgegeven over bereidheid tot bijdragen, maar Europese ministers benadrukken dat zo’n missie pas realistisch is na een definitief vredesbestand tussen de VS en Iran. Ook bestaan er al verschillen tussen Washington en Europese hoofdsteden over het moment waarop zo’n operatie zou moeten starten; berichten dat Trump haast zou willen maken roepen in Europa vragen op over juridische basis, risico’s voor militairen en de aard van samenwerking met Amerikaanse strijdkrachten.
Politiek en publiek lopen deels uiteen: in Den Haag hoopt men de Amerikaanse betrokkenheid bij Oekraïne en binnen de NAVO te behouden, terwijl het kabinet-Jetten in het coalitieakkoord ook aangeeft minder eenzijdige afhankelijkheden van de VS te willen. Onder de bevolking groeit bovendien het wantrouwen jegens Amerika onder Trump: onderzoek van de Atlantische Commissie laat zien dat veel Nederlanders de VS als een onbetrouwbare factor voor hun veiligheid zien en vinden dat Europa autonomer moet worden op defensie. Deskundigen wijzen echter op het pragmatische dilemma: het proces om Europa strategisch zelfstandiger te maken is ingezet maar kost tijd, en voorlopig blijft het belangrijk om de VS binnen de NAVO en betrokken bij Oekraïne te houden.
Kortom: het Witte Huis-diner is voor Nederland zowel een diplomatische kans als een risico. Jetten zal zoeken naar een balans tussen kritische woorden over de escalatie en het bewaren van de trans-Atlantische samenwerking die Nederland en Europa op korte termijn nog nodig hebben.