Bezoek Japanse keizer is kans het Indische oorlogsleed te erkennen
In dit artikel:
In zijn oudejaarsconference van 1973 citeerde cabaretier Wim Kan een lied over de Nederlandse commotie rond het staatsbezoek van keizer Hirohito in 1971 — een bezoek dat destijds grote verontwaardiging opriep bij overlevenden van de Japanse bezetting in Azië. Morgen ontvangt koning Willem-Alexander in Den Haag de Japanse keizer Naruhito en keizerin Masako voor een officieel staatsbezoek. De centrale vraag is of het Japanse oorlogsverleden aan de orde zal komen.
De generatie die in 1971 de straat opging is grotendeels verdwenen, maar er leven nog steeds eerste‑generatie overlevenden die getuigen kunnen van geweld, mishandeling en honger tijdens de Japanse bezetting van Nederlands‑Indië (1942–1945). Na de oorlog repatrieerden ongeveer 100.000 ‘totoks’ (witte Nederlanders) en 200.000 Indo‑Europeanen naar Nederland. Deze groepen kregen meestal weinig erkenning, ondervonden gedwongen assimilatie en werden vaak als tweederangsburgers behandeld, terwijl financiële compensatie en maatschappelijke erkenning uitbleven. De veel grotere groep gekoloniseerden in Azië — naar schatting tientallen miljoenen Indische en Chinese slachtoffers — bleef op het eiland achter en verloor het Nederlandse staatsburgerschap.
Hoewel Nederland over dat laatste deel van het verleden juridisch weinig te zeggen heeft, heeft de Nederlandse kroon wél invloed op hoe zij omgaat met de ongeveer driehonderdduizend Nederlanders uit die gemeenschappen en hun nakomelingen; tegenwoordig hebben meer dan twee miljoen Nederlanders wortels in de voormalige kolonie.
De tekst legt een contrast met Duitsland: bondspresident Frank‑Walter Steinmeier werd recent gastvrij ontvangen en bezocht het Nationaal Holocaustmuseum en Stolpersteine; Duitsland doorliep een uitgebreid proces van zelfonderzoek, excuses en materiële compensatie voor slachtoffers van het naziregime. Nederland sprak die reflectie vorig jaar al deels uit tijdens een staatsbanket, waarin koning Willem‑Alexander waardering uitsprak voor Duitsland’s moed tot zelfreflectie.
De Japanse staat daarentegen blijft volgens het stuk vaak terughoudend of ontwijkend in de omgang met zijn oorlogsgeschiedenis, wat tot blijvende spanningen leidt met landen als China en Zuid‑Korea en ook de relaties met Nederland en Indonesië bemoeilijkt. Een bezoek aan Museum Bronbeek of gesprekken met Indische oorlogsslachtoffers staan niet op het koninklijk programma, waardoor veel Indische Nederlanders zich opnieuw niet gehoord voelen. Vanwege de vergrijzing van de eerste generatie slachtoffer‑getuigschappers draagt dit staatsbezoek een bijzondere symbolische gewicht: het is mogelijk één van de laatste gelegenheden om namens Nederland officiële erkenning van het Indische oorlogsleed uit te spreken.
Vandaag Inside Oranje: Wesley Sneijder: 'Dat is de grootste onzin die ik uit de mond van Valentijn Driessen heb gehoord!'