Beweren dat dit coalitieakkoord toekomstgericht is, is heel lui - Renske Leijten
In dit artikel:
Na de presentatie van het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA reflecteert de schrijver met zorg en verontwaardiging op de koers die het kabinet voorstelt: een beleid dat volgens hem vooral de welgestelden ontziet en de rekening doorschuift naar de zwaksten. De regering is een minderheidscoalitie en presenteerde zich als ‘toekomstgericht’, maar die toekomst is volgens de auteur vooral gericht op het beschermen van kapitaal en beperking van overheidsuitgaven, niet op sociale bescherming.
Belangrijkste punten:
- Financiële last verlegd: In plaats van hogere belastingen voor vermogen wordt extra financiering over de schatkist en oorlogsmaterieel verdeeld over alle belastingbetalers, waardoor mensen met lage en middeninkomens onevenredig worden getroffen. Nieuwe lasten voor defensie en andere uitgaven worden zo “verspreid” over gewone inkomens.
- Zorg en eigen risico: Het kabinet zet in op maatregelen die de individuele kosten van zorg verhogen (zoals een hoger eigen risico). Dat lijkt op papier de rijksuitgaven te verlagen, maar in werkelijkheid schuift het de kosten van collectieve zorg naar individuele betalingen — het totale zorgbudget daalt niet, het verdwijnt alleen van de begroting.
- Sociale zekerheid en AOW: Voorgestelde ingrepen zoals kortere uitkeringen of later AOW-gerechtigde leeftijd leiden niet tot echte besparingen, stelt de schrijver. Premies blijven grotendeels gelijk terwijl de uitkeringen versoberen, waardoor kwetsbare groepen de dupe worden.
- Ongelijke verdeling en ideologie: D66 wordt neergezet als een partij van de “happy welgestelden” die profiteert van subsidies en gunsten; de VVD als partij die rijke belangen beschermt; het CDA als behoudend in morele en sociaaleconomische zin. Gezamenlijk hechten zij sterk aan het principe van individuele verantwoordelijkheid, met als gevolg dat mensen in armoede als ‘eigen schuld’ worden behandeld.
- Politieke realiteit: Omdat het kabinet geen parlementaire meerderheid heeft, moet het steun zoeken bij andere partijen. De schrijver waarschuwt dat het financiële kader weinig bewegingsruimte laat, zodat eventuele toezeggingen aan ondersteunende fracties beperkt zullen zijn.
- Historische vergelijking: De huidige samenstelling en plannen doen de auteur denken aan het kabinet-Balkenende II (CDA, VVD, D66), dat in 2006 al marktwerking, bezuinigingen in de zorg en hervormingen zoals het toeslagenstelsel doorvoerde en steun gaf aan buitenlandse militaire interventies. Die voorgeschiedenis voedt de angst dat oud beleid in een nieuw jasje terugkeert.
De kernkritiek is dat wat het kabinet ‘toekomstgericht’ noemt vooral een zuinigheidsprogramma is dat vooral op boekhoudkundige manieren kosten wegboekt en sociale lasten individualiseert. Volgens de schrijver zijn de voorgestelde maatregelen geen echte hervormingen maar herverdelingen ten koste van buurten en groepen die nu al krap zitten — bijvoorbeeld gezinnen die moeite hebben de energierekening te betalen. De waarschuwing luidt dat deze koers de ongelijkheid vergroot en de sociale samenhang onder druk zet, terwijl de welgestelden hun positie behouden.