Bewegen na zwangerschap voor moeder en baby: uitkomsten social marketingonderzoek Rotterdam
In dit artikel:
Lokaal onderzoek in Rotterdam laat zien dat ouders verschillende drempels en motivaties ervaren rond bewegen na de bevalling en bewegen met baby’s. Het Onderzoekshuis voerde dit socialmarketingonderzoek uit in opdracht van Sportbedrijf Rotterdam, waarbij ook verschillen tussen sociaaleconomische groepen zijn onderzocht. De resultaten moeten helpen om het beweegaanbod beter op de behoeften per wijk af te stemmen.
Een bevalling, zowel natuurlijk als via keizersnede, heeft grote gevolgen voor het lichaam. Het herstel verloopt geleidelijk en duurt gemiddeld ongeveer twaalf maanden. Lichamelijke complicaties kunnen vrouwen ervan weerhouden om opnieuw te sporten. Ook schuldgevoel speelt een rol: sommige moeders vinden dat hun vrije tijd volledig naar hun baby moet gaan en ervaren opvang als een hoge drempel. In tegenstelling tot tijdens de zwangerschap hebben vrouwen na de bevalling bovendien minder behoefte aan sporten in groepsverband.
Vrouwen willen na de bevalling vaak samen met hun baby activiteiten ondernemen, bijvoorbeeld wandelen, zwemmen of yoga. Vrouwen met een hogere sociaaleconomische positie benadrukken vaker de ontwikkeling van hun kind, terwijl vrouwen met een lagere sociaaleconomische positie minder goed weten welke activiteiten mogelijk zijn. Voor beide groepen geldt dat plezier en samen bezig zijn belangrijke redenen zijn om te bewegen. Tijd, fysieke mogelijkheden, sociale normen en de afstemming met een partner beïnvloeden eveneens of vrouwen gaan sporten.
Ouders zien bewegen bij baby’s nog niet altijd als noodzakelijk en denken vaak dat dit pas later belangrijk wordt. De belangrijkste motivaties zijn de motorische ontwikkeling, de band tussen ouder en kind en een betere slaap. Meerdere kinderen maken deelname lastiger, omdat ouders niet goed weten wat ze met de andere kinderen moeten doen. Daarom hebben gezinsactiviteiten vaak de voorkeur.
Professionals en sportaanbieders kunnen bewegen positioneren als ondersteuning bij lichamelijk herstel en een aanbod creëren waarbij vrouwen met of zonder baby kunnen sporten. Babyactiviteiten werken het best wanneer ouders samen met hun kind actief zijn en de nadruk ligt op motorische ontwikkeling. Promotie via vriendinnen, familie en het consultatiebureau is kansrijk; ouders ontvangen informatie daar het liefst van een arts of verpleegkundige. Voorlichting sluit bovendien het beste aan bij belangrijke ontwikkelmomenten, zoals vijf en acht weken, drie, zes en negen maanden en één jaar. Vooral wanneer een kind leert lopen, zien ouders de noodzaak van bewegen duidelijker.
De Oranjezomer: Pieter Cobelens: 'We moeten vinden dat iedereen met z'n poten van ons land afblijft!'