Beweeggedrag veranderen: vijf modellen als basis

woensdag, 7 januari 2026 (12:05) - Allesoversport.nl

In dit artikel:

Professionals die mensen willen stimuleren meer of anders te bewegen, kunnen baat hebben bij gedragsmodellen: ze bieden verklaringen voor waarom gedrag ontstaat en welke factoren—zowel extern (omgeving, sociale kring) als intern (houding, motivatie)—daaraan bijdragen. Het artikel bespreekt vijf invloedrijke modellen, hun praktische toepassing en beperkingen, en benadrukt dat combinaties van modellen vaak het meest bruikbaar zijn.

Theory of Planned Behavior (Icek Ajzen)
- Kernidee: gedrag volgt uit intentie, en die intentie wordt gevormd door attitude, sociale normen en ervaren controle (eigen effectiviteit).
- Nuttig om te begrijpen hoe overtuigingen en sociale druk gedrag kunnen sturen.
- Beperking: intenties leiden niet altijd tot actie (intention–behavior gap); circa 46% van intenties wordt daadwerkelijk uitgevoerd, dus aanvullende strategieën zijn nodig.
- Het ASE-model bouwt voort op deze principes (Attitude, Sociale invloed, Eigen-effectiviteit).

Transtheoretisch model (Prochaska & DiClemente)
- Ziet gedragsverandering als een proces met fasen (van onbewust naar onderhoud), wat helpt bij het afstemmen van ondersteuning per fase.
- Wordt veel toegepast in de praktijk (bijv. de Beweegcirkel).
- Nadeel: veronderstelt vaak een chronologisch verloop, terwijl mensen kunnen overslaan, terugvallen of onbewust handelen.

Zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan)
- Richt zich op motivatie; onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.
- Drie basisbehoeften zijn cruciaal voor volhouden: autonomie, competentie en verbondenheid.
- Praktisch: aanbod aanpassen (keuze, moeilijkheid, sociaal contact) vergroot intrinsieke motivatie.
- Aandachtspunt: motivatie is veelzijdig en veranderlijk; andere factoren kunnen tegelijk meespelen.

Dual-System modellen (bijv. Kahneman)
- Maakt onderscheid tussen snel, automatisch gedrag (systeem 1) en langzaam, reflectief gedrag (systeem 2).
- Helpt verklaren waarom goede voornemens niet altijd tot gedrag leiden: automatische routines kunnen intenties tegenwerken.
- Implicatie: combineer versterking van bewuste motivatie met omgevingsaanpassingen die gezond gedrag automatisch bevorderen (nudges).

Bronfenbrenner’s ecologisch model
- Benadert gedrag als resultaat van interactie tussen individu en meerdere milieuniveaus (van directe omgeving tot maatschappij en beleid).
- Maakt duidelijk dat niet alle invloedssferen direct te veranderen zijn, maar dat focus op beïnvloedbare lagen de kans op succes vergroot.

Geleerde lessen en toepassing
- Geen enkel model is voor elke situatie voldoende; integratie van inzichten vergroot slagkracht.
- Geadviseerd wordt om zowel individuele motivatie en fasen van verandering te bedenken als automatische processen en omgevingsfactoren aan te pakken.
- Geïntegreerde raamwerken zoals I‑Change en het Behavior Change Wheel (COM‑B) bieden concrete stappen voor analyse en interventieontwikkeling.
- Voor professionals zijn er hulpmiddelen zoals de Beweegcirkel en een e‑book van Kenniscentrum Sport & Bewegen voor verdieping en praktische uitwerking.

Kortom: gedragsmodellen geven handvatten om beweeggedrag te doorgronden en te beïnvloeden, mits flexibel en gecombineerd toegepast en altijd aangepast aan de doelgroep en context.