Bevolkingskrimp in Rusland en Oekraïne: 'Je begint niet aan kinderen als je geen toekomst ziet'

zondag, 22 februari 2026 (15:17) - Het Parool

In dit artikel:

Het is vier jaar geleden dat Rusland op 24 februari 2022 zijn invasie van Oekraïne begon. Wat doorgaans als een militaire en geopolitieke crisis wordt besproken, blijkt ondertussen ook een acute demografische ramp: naar schatting van het Amerikaanse CSIS kunnen er deze lente bijna twee miljoen soldaten (dood, gewond of vermist) zijn gevallen als de oorlog zo doorgaat — een slachtofferaantal dat de militaire verliezen van grote machten sinds de Tweede Wereldoorlog overstijgt. Volgens die berekening zijn de Russische verliezen het grootst (ongeveer 1,2 miljoen), met naar schatting 325.000 doden sinds het begin van de invasie; Oekraïne zou tussen de 100.000 en 140.000 gesneuvelden hebben. Deze cijfers zijn schattingen en exclusief burgerslachtoffers, omdat beide kanten onvolledige en vaak gekleurde informatie leveren.

De veldslagen leveren weinig terreinwinst op en gaan gepaard met extreem hoge uitgaven in mensenlevens: CSIS illustreert dat Russische opmars rond plaatsen als Pokrovsk soms maar zeventig meter per dag bedraagt. In 2025 zou Rusland volgens de studie alleen al ongeveer 415.000 militaire slachtoffers hebben geleden — grofweg 35.000 per maand.

Die verliezen verstevigen een al veel langer gaande daling van de bevolkingsaantallen in zowel Oekraïne als Rusland. Oekraïne telde vóór 2022 rond de 42 miljoen inwoners; schattingen spreken nu over ongeveer 36 miljoen (sommigen noemen zelfs 30 miljoen als bezette gebieden worden buiten beschouwing gelaten). De geboortecijfers zijn ingezakt: van jaarlijks 270–300 duizend geboorten vóór 2022 naar ongeveer 180 duizend in 2023 en 2024. Sommige deskundigen noemen zelfs een vruchtbaarheidscijfer (TFR) rond 0,9 — ver onder de 2,1 die nodig is om een bevolking op peil te houden. Met zo’n laag TFR zou de bevolking binnen twee generaties kunnen halveren. Daarnaast is er een ernstig tekort aan mannen, deels door oorlogsslachtoffers en door langdurige emigratie, wat toekomstige geboortes verder schaadt. Ella Libanova van het Demografisch Instituut in Kyiv waarschuwt dat Oekraïne “minstens tien miljoen mensen verloren” heeft — een verlies van menselijk kapitaal dat de economie en het herstel op lange termijn bedreigt.

Rusland ondervindt ook krimp, maar minder extreem dan Oekraïne. Het vruchtbaarheidscijfer ligt rond 1,5, de bevolking daalde al vanaf het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en wordt deels gecompenseerd door immigratie uit Centraal-Azië. Hoge sterfte onder mannen (oorzaken: alcohol, roken, slechte voeding, onveilige arbeid) en emigratie zitten de demografische veerkracht in de weg. President Poetin heeft het onderwerp publiekelijk benoemd en pleit openlijk voor grotere gezinnen — in een toespraak riep hij gezinnen op “minstens twee, beter drie kinderen” te krijgen om de natie te doen voortbestaan. Aan Oekraïense kant liet voormalig minister Dmytro Koeleba zich uitschijnen over de noodzaak om “mensen uit andere landen te importeren,” een realistischer maar ook problematische remedie gezien maatschappelijke en politieke complexiteit.

De oorzaken van de huidige verzwakking gaan veel verder terug dan de huidige oorlog. Jarenlange historische trauma’s — de Holodomor in de jaren dertig, de Holocaust, enorme verliezen tijdens de Tweede Wereldoorlog — remden decennialang bevolkingsgroei en leidden tot een norm van kleinere gezinnen in Oost-Europa. Zoals historica Yuliya Hilevych uitlegt, is het gedrag rond gezinsgrootte deels een cultureel overlevingsmechanisme: in onzekere tijden kiezen mensen vaak voor minder kinderen. Die collectieve herinnering werkt generaties door en maakt snelle ommekeer lastig.

Beide regeringen proberen met beleid tegen te sturen, maar met wisselend succes. Oekraïne introduceerde recentelijk financiële ondersteuning voor zwangeren en jonge gezinnen: een eenmalige uitkering voor zwangere vrouwen, een geboortebon en maandelijkse uitkeringen in het eerste levensjaar en een aanvullende toelage als moeders weer gaan werken. Libanova blijft sceptisch: geld alleen overtuigt mensen niet om kinderen te krijgen als er geen toekomstperspectief is. Rusland bepleit en subsidieert kinderen via het sinds 2007 bestaande "moederschapskapitaal" (ongeveer 5.000 euro voor een tweede of derde kind, bestemd voor huisvesting of onderwijs). Verder zoekt Moskou demografische compensatie via migratie en door het inlijven of het “paspoortiseren” van inwoners in naburige gebieden — de annexatie van de Krim in 2014 bracht in één keer enkele miljoenen mensen onder Russische staatshoogheid.

De bevolkingsafname is geen puur Oost-Europees detail; veel voormalige Sovjetstaten en landen van het Oostblok kampen met scherpe dalingen — Bulgarije, Letland en Litouwen verliezen circa 20%, Estland en Roemenië ~16%, Kroatië en Hongarije rond een tiende. Voor landen als Oekraïne betekent deze mix van oorlogsslachtoffers, emigratie en structureel lage vruchtbaarheid een tweesnijdend zwaard: de demografische achteruitgang ondergraaft economische herstelkansen en versterkt veiligheidsrisico’s op lange termijn.

Kortom: naast de onmiddellijke menselijke tol van de oorlog speelt zich in Oekraïne en Rusland een veel langduriger crisis af. Hoge militaire verliezen, lage geboortecijfers, mannelijke tekorten en jarenlange historische en sociale factoren vormen samen een structureel probleem dat financiële prikkels alleen niet snel zullen oplossen. Beide landen zoeken naar manieren om bevolkingsverlies te keren — van premies en kinderbijslag tot migratie en territoriale integratie — maar demografische veranderingen voltrekken zich traag en hebben diepgaande effecten op economie, samenleving en geopolitiek.