Betere voetpaden, vernieuwde invalswegen en een 'singlekorting': dit staat in het Turnhouts meerjarenplan
In dit artikel:
Het stadsbestuur van Turnhout (burgemeester Hannes Anaf, Vooruit, en schepen voor Financiën Paul Van Miert, N-VA) presenteerde de meerjarenplanning voor de komende legislatuur waarbij de nadruk ligt op grootschalige investeringen in het openbaar domein. Voor dat plan is een budget van ongeveer 120 miljoen euro uitgetrokken binnen een jaarlijks stadsbudget van 145 miljoen; voor grote werken zal de stad leningen aangaan en rekenen op subsidies van Vlaanderen en de provincie Antwerpen.
Wat en wanneer: vanaf volgend jaar start Turnhout met heraanleg van voetpaden (1 km in het eerste jaar, oplopend tot 4 km per jaar), heraanleg van belangrijke invalswegen waaronder de verbinding met Oud-Turnhout, en werken aan straten als Gasthuisstraat, Lodewijk de Koninckstraat en Warandestraat. Daarnaast staan vergroening, een nieuwe sporthal, vernieuwde speeltuinen en renovaties van gebouwen (stadhuis, Begijnhofkerk, Sint-Pieterskerk) op het programma.
Financiering en maatregelen: de stad verhoogt de opcentiemen op de onroerende voorheffing van 913 naar 953; de personenbelasting blijft ongewijzigd — mede omdat veel inwoners in Turnhout wonen maar in Nederland werken en daardoor toch vastgoedbelasting betalen. Publieke dienstverlening wordt geïndexeerd: administratieve kosten (zoals ID-kaarten en rijbewijzen) gaan omhoog na jaren van prijsstabiliteit. De stad wil ook besparen op personeel en mikt op een reductie van 16 voltijdse equivalenten tegen 2031, vooral via natuurlijke uitstroom en gerichte vervangingsbeslissingen.
Sociaal-economische aanpassingen: er komt een 'singlekorting' — algemene dienstbelasting voor alleenstaanden en alleenstaande ouders met twee kinderen daalt van 40/60 euro naar 30 euro. De belasting op onbebouwde gronden wordt afgeschaft om ruimte te maken voor vergroening nu de woningbouwopgave grotendeels gerealiseerd is.
Waarom: het bestuur wil Turnhout “op de kaart” zetten, trots tonen op lokale troeven zoals het Waterkasteel, Grote Markt en Begijnhof, en de stad economisch sterker laten samenwerken met regio’s over de grens (bijv. Eindhoven en Breda). De keuzes zijn bedoeld om infrastructuur en dienstverlening te verbeteren, de financiële draagkracht van de stad te waarborgen en tegelijkertijd het belastingbeleid rechtvaardiger te maken voor groepen zoals grenswerkers.