Bescheiden rol Nederlanders in viermansbob, olympische dubbelslag Duitser Lochner
In dit artikel:
Het Nederlandse viertal in de bobslee — stuurman Dave Wesselink, broers Jelen en Janko Franjic en Timme Koster — beëindigde de Olympische wedstrijden in Milaan-Cortina zondag met de dertiende plaats. Voor het Nederlandse team, dat voor het eerst met Wesselink als pilot uitkwam, was het eindresultaat vooral een bevestiging van progressie in een tak van sport die in Nederland klein is maar met veel toewijding wordt beoefend.
Na een veelbelovende eerste wedstrijddag (onder meer een tiende tijd in de tweede run) ging het in de derde run mis: het viertal klokte 55,15 seconden en zakte naar plaats zestien in het tussenklassement. De verschillen waren te groot om in de slotrun nog naar de top tien op te klimmen, al reden ze in de laatste run met 55,04 seconden nog de elfde tijd en kon het team tevreden terugkijken op de prestatie gezien de korte voorbereidingstijd van sommige rijders — Koster sloot zich vier maanden geleden aan — en Wesselinks start als stuurman in 2024.
Teleurstelling kwam ook van het materiële vlak: de nieuw aangeschafte viermansbob, ontworpen door Oostenrijker Hannes Wallner, behaalde in het ijs van Cortina een lagere topsnelheid dan de leidende landen (circa 133 km/uur tegenover ongeveer 135 km/uur bij concurrenten), waardoor de verwachtingen niet volledig werden waargemaakt. De oude slee is verkocht aan Jamaica.
De Duitse Johannes Lochner domineerde zowel twee- als viermansbobs en greep goud in de grote slee, waarmee hij de hegemonie van landgenoot Francesco Friedrich — die beide spelen afscheid nam als meerdere medaillewinnaar — doorbrak. Friedrich pakte ditmaal twee keer zilver. Adam Ammour moest in de laatste run zijn bronzen positie afstaan aan de Zwitserse stuurman Michael Vogt. Voor Nederland is er ondanks de bescheiden eindklassering reden tot trots: deelname aan de Spelen, een top-tienplaats in de tweemansbob en duidelijke stappen voorwaarts voor een relatief jonge ploeg.