Beroepsvereniging psychologen angstvallig stil over toenemende homohaat
In dit artikel:
De acceptatie van homoseksualiteit onder Nederlandse middelbare scholieren is de afgelopen vier jaar sterk afgenomen. Volgens het vierjaarlijkse HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut staat nog 22% van de jongens positief tegenover homoseksualiteit, tegenover 40% in de vorige meting. Bij meisjes daalde dat aandeel van 78% naar 51%. Psycholoog, auteur en journalist Vittorio Busato noemt de cijfers verontrustend, zeker tegen de achtergrond van polarisatie, religieus extremisme en invloedrijke online ‘manosfeer’-figuren.
Busato bekritiseert vooral het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), dat volgens hem al jaren nauwelijks publiek reageert op de toenemende homohaat. Dat vindt hij strijdig met de ambitie van het NIP om bij te dragen aan een veerkrachtige samenleving en met de vooruitgang die de psychologie zelf heeft geboekt.
Als historische context beschrijft hij hoe homoseksualiteit in de eerste DSM, uit 1952, nog als seksuele perversie en geestesziekte werd aangemerkt. Dit legitimeerde onder meer gedwongen ‘behandelingen’ zoals castratie, lobotomie en conversietherapie. Na protesten van activistische psychologen en psychiaters tijdens een APA-congres in 1970 schrapte de American Psychiatric Association homoseksualiteit op 15 december 1973 officieel uit de DSM.
Volgens Busato heeft het NIP daarom een morele plicht om zich duidelijk uit te spreken wanneer homofobie opnieuw toeneemt. Hij wijst op de KNVB, die zich tijdens Canal Pride eerder uitsprak tegen homohaat in het voetbal, en roept het NIP-bestuur op een publiek statement te maken. Anders moet de ledenraad het bestuur ter verantwoording roepen.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Ik word beroerd van mensen die blijven protesteren tegen Marco Borsato’