Berlijn onderschat extreemlinks
In dit artikel:
Tienduizenden Berlijnse huishoudens zaten zonder stroom nadat een extreemlinkse groepering, die zich de Vulkangruppe (Vulkaangroep) noemde, een hoogspanningskabelbrug in brand stak. In een tien pagina’s tellende bekentenis stelde de groep dat de actie een gericht protest was tegen de fossiele energiesector en de uitputting van de aarde; door het verbranden van kabels werden delen van de stad lamgelegd.
De aanslag zette een discussie in gang over twee zaken: de fragiliteit van westerse infrastructuur en de onderschatting van links-extremistisch geweld. Politiek en media reageerden zichtbaar verrast dat het om linkse daders ging, terwijl het aantal incidenten door extreemlinks sinds 2023 volgens de tekst met zo’n 40 procent zou zijn toegenomen. De auteur wijst erop dat zowel extreemrechts als extreemlinks aanhang hebben gewonnen door groeiende polarisatie, maar dat de publieke en politieke aandacht vrijwel uitsluitend op de gevaren van rechts is gericht.
Historisch werden linkse acties vaak afgezwakt als burgerlijke protestvormen — blokkades, vastplakken aan kunstwerken — maar het saboteren van energie-infrastructuur brengt volgens de tekst direct levensgevaar met zich mee en valt in de categorie terrorisme. De tekst bekritiseert ook hoe kritiek op Israël door sommige linkse kringen wordt gepresenteerd, en stelt dat die kritiek in de praktijk soms overgaat in antisemitische houdingen of steun aan islamitische groeperingen die terroristische organisaties steunen.
Met het oog op komende deelstaatverkiezingen en de opmars van de AfD waarschuwt de tekst dat extreemlinkse groeperingen zich steeds vijandiger kunnen opstellen omdat ze een electorale machtstoename van rechts als een fascistische bedreiging zien. De aanslag in Berlijn wordt daarom geplaatst in een bredere zorg over toenemend politiek geweld en de kwetsbaarheid van kritieke infrastructuur.