Beppie de Rooy leest in haar vrije tijd bijna nooit boeken
In dit artikel:
In de lunchroom van Bakkerij Herfst in Gouda vertelt zelfstandig acquirerend redacteur Beppie de Rooy hoe boeken haar levenspad en werkkleur hebben gegeven — vooral na haar burn-out. Als kind speelde ze liever buiten en las weinig; pas in de bovenbouw van het atheneum ontdekte ze de lust tot analyseren bij Marcellus Emants’ Een nagelaten bekentenis. Die belangstelling voor het doorzien van een tekst werd later de basis van haar loopbaan bij verschillende uitgeverijen en als freelance redacteur: niet alleen genieten van een verhaal, maar het ook kunnen ontleden.
Voor een persoonlijk lijstje koos ze intuïtief titels uit haar boekenkast: de boeken die zij persoonlijk wil bewaren, niet per se die ze professioneel prijst. De selectie illustreert haar smaak en levensfasen:
- Bruun de beer (W.G. van de Hulst): kinderboek met vroeg gespeelde identificatie en fantasie; alleen-zijn als aangename ervaring.
- Een nagelaten bekentenis (Marcellus Emants): de middelbare-schoolontdekking die haar liefde voor psychologische romans aanwakkerde.
- Jij bent mijn mes (David Grossman): een briefroman over obsessieve liefde die haar aantrekt door vorm en subtiele taal.
- PAAZ (Myrthe van der Meer): een psychiatrische roman over een uitgever die instort — dit boek gaf haar, na haar burn-out (2013), herkenning en de vraag of het oké is “een beetje gek” te zijn.
- Ik heb de tijd (Paul Loomans): een eenvoudig, beeldend boek dat haar hielp bij herstel; ze waardeert dat het niet uitsluitend een beroep doet op het verstand zoals veel cognitieve-gedragstherapieboeken wél doen.
- Wohltemperierte Klavier (J.S. Bach): partituur en pianospel vormen een andere, muzikale constante; muziek en fuga’s bieden haar verovering en verdieping.
- Een tijd als deze (Sarah van der Maas): een roman waarin haar privé‑ik en professionele ik samenvallen en die haar aantrekt door het outsiderperspectief en de verbeelding.
De Rooy licht toe dat haar keuzes ook praktisch en emotioneel zijn — ze vroeg zich af welke boeken ze zou meenemen naar een verondersteld bejaardenhuis — en dat veel van haar literaire voorkeur samenhangt met interesse in de menselijke geest; bijna studeerde ze psychologie, maar de analyse van romans bood haar hetzelfde onderzoeksveld. Als acquirerend redacteur combineert ze die persoonlijke betrokkenheid met het vermogen om werken te herkennen die lezers iets kunnen bieden: troost, herkenning of nieuw zicht op zichzelf.