Beoefen theologie op universiteit zonder reserves
In dit artikel:
Een oud-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betoogt dat een uitgesproken christelijke invulling van de bacheloropleiding theologie tegenwoordig goed verenigbaar is met academische vrijheid en wetenschappelijkheid. De historische scheiding tussen een academisch-neutraal en een kerkelijk deel van de theologie, de zogenoemde duplex ordo, verloor volgens hem haar oorspronkelijke noodzaak.
De duplex ordo ontstond rond de Wet op het Hoger Onderwijs van 1876. Liberalen wilden theologie aan openbare universiteiten behouden om toekomstige predikanten via wetenschappelijk onderwijs tot moderne, verlichte christenen te vormen, maar vreesden tegelijk een vermenging van kerk en staat. Daarom werd de opleiding opgesplitst.
Volgens de auteur zijn er nu drie redenen om die terughoudendheid los te laten. Ten eerste bemoeit de overheid zich veel minder direct met de inhoud van het hoger onderwijs dan in 1876. Daardoor is er ruimte ontstaan voor een opleiding waarin het christelijk geloof niet alleen als studieobject, maar ook overtuigend en expliciet wordt onderwezen.
Ten tweede heeft de overheid volgens hem zelf de grens tussen staat en levensbeschouwing minder strikt bewaakt. Hij wijst onder meer op burgerschapsonderwijs, mogelijk toezicht op informeel onderwijs en plannen om religieuze vrijstellingen van de leerplicht te beperken. De staat presenteert daarbij volgens hem geregeld een modern-liberale visie als neutraal en vanzelfsprekend. Dat maakt een strikte eis van levensbeschouwelijke neutraliteit voor theologieopleidingen volgens de auteur moeilijk vol te houden.
Ten derde stelt hij dat wetenschap nooit volledig neutraal is. Vooral sociale en geesteswetenschappen zijn volgens hem verweven met waarden, mensbeelden en ideologische uitgangspunten. Hij noemt genderstudies, waarin zelfidentificatie volgens hem zwaarder weegt dan biologische werkelijkheid, en onderzoek dat maatschappelijke verhoudingen analyseert vanuit het onderscheid tussen onderdrukkers en onderdrukten. Omdat zulke waardegeladen benaderingen academisch aanvaard zijn, zou ook een expliciet christelijke benadering niet bij voorbaat onwetenschappelijk mogen worden genoemd.
De auteur ziet waarheidsvinding als de uiteindelijke opdracht van de universiteit. Hij meent dat ontwikkelingen binnen de theologie, waaronder archeologische en tekstuele vondsten, ruimte hebben geschapen voor een meer spirituele en gelovige lezing van de Bijbel. Ook zouden natuurwetenschappen het bestaan van God niet kunnen bewijzen of weerleggen, terwijl geloof volgens hem rationeel verdedigbaar blijft. Daarom kan theologie volgens hem juist bijdragen aan universitaire waarheidsvinding.
Tot slot stelt hij dat een jonge generatie behoefte heeft aan zowel academische vorming als theologische diepgang en een canonieke lezing van de Bijbel. Theologiestudenten zouden daarom wetenschappelijk moeten leren denken en werken, zonder dat hun opleiding de christelijke verkondiging uit de weg gaat. Het stuk is een samenvatting van een voordracht die de oud-minister op 17 september in Utrecht hield tijdens een symposium over theologie, kerk, staat, universiteit en samenleving tussen 1876 en 2026.
Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'