Benoem kerkelijke verschillen zonder de ander te veroordelen

maandag, 6 april 2026 (12:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Twee takken van de Gereformeerde Gemeenten — de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland — hebben na jarenlange gesprekken samen een verklaring opgesteld die een einde moet maken aan een twistpunt uit 1953 over het aanbod van genade. De overeenkomst, openbaar gemaakt midden in de lijdenstijd, wordt gepresenteerd als een betekenisvolle stap om het verleden achter zich te laten en de aandacht op de toekomst te richten.

De kern van het conflict draait om hoe breed of beperkt het aanbod van genade in prediking en pastoraat wordt gepresenteerd. Historisch kwamen die tegenstellingen naar voren in de tegenstelling tussen L.G.C. Ledeboer, die een ruimer aanbod van genade voorstond, en E. Fransen, die de nadruk legde op genade uitsluitend voor de uitverkorenen. Daarnaast spelen diepere, langer durende spanningen: het verschil tussen gezelschapsgericht (meer persoons- en gemeenschapsgedreven) denken versus meer instituurlijk of kerkelijk denken, en uiteenlopende opvattingen over bevinding — enerzijds een accent op het soevereine, vrije handelen van de Geest, anderzijds een meer voorschrijvende leer die verschillende standen in het genadeleven onderscheidt.

De auteur waarschuwt dat één gezamenlijke verklaring deze diepgewortelde verschillen niet wegneemt en dat het analyseren ervan gemakkelijk kan leiden tot verdere verscherping van identiteiten en wij-zij-denken. In plaats daarvan pleit hij voor een andere focus: wijs omgaan met verschil. Dat vraagt erkenning van uiteenlopende opvattingen zonder veroordeling, en het zien van verschillen als oefening in aanvaarding en waardering van de ander. Zo’n houding kan dienen als eerste, waardevolle stap naar nadere toenadering en mogelijk bredere eenwording met andere kerken die binnen Schrift en belijdenis opereren.

De timing van de verklaring tijdens de lijdenstijd geeft voor de auteur extra symboliek; hij verwijst naar het laatste avondmaal en de opdracht tot dienstbaarheid en eenheid als model voor het vervolg van de gesprekken. De schrijver is werkzaam als coach en mediator.