Benali brengt Ali en Nino naar het podium: 'Er is altijd ergens een oorlog gaande, vrede is luxe'

vrijdag, 6 maart 2026 (20:17) - Het Parool

In dit artikel:

Abdelkader Benali en pianiste Daria van den Bercken bewerken Kurban Said’s roman Ali en Nino tot muziektheater: een hybride voorstelling waarin woord en muziek elkaar gelijkwaardig dragen. Het verhaal, oorspronkelijk in 1937 verschenen en gesitueerd in het multiculturele Bakoe rond 1914, wordt hier gezien als een Kaukasische variant van Romeo en Julia — twee geliefden uit verschillende werelden die hun intimiteit zoeken terwijl oorlog en revolutie naderen.

Benali (50) draagt het verhaal grotendeels uit het hoofd en fungeert tegelijk als een van de vertellers/personages; Van den Bercken (46) speelt de piano en brengt haar eigen biculturele achtergrond (Nederlandse vader, Russische moeder; dochter met Georgische kant) mee in de muzikale benadering. In hun bewerking treden tekst en muziek in wisselende hoofdrollen: wanneer woorden tekortschieten om liefde, pijn of onmacht te bevatten, neemt de muziek het over. Ze verweven klassiekers (onder andere Schumann), Georgische volksmelodieën, en muziek van componisten als Chatschatoerjan en Janáček om karakters en emoties te kleuren.

Dramatisch draait de voorstelling om de tegenstellingen tussen Ali en Nino: Ali is traditioneel opgevoed maar emancipeert en gelooft in idealen; Nino is Europees georiënteerd, verlangt naar Parijs, cultuur en persoonlijke vrijheid. Die spanningen leiden tot de centrale vraag die het maakproces steeds scherper maakte: “wat doe je als de bommen vallen?” — een poging te onderzoeken hoe liefde, identiteit en offers zich verhouden in tijden van conflict. De makers benadrukken dat ze het boek niet letterlijk naspelen, maar elementen en thema’s selecteren die hen raakten, onder meer de vraag wie er in een biculturele relatie het meeste opgeeft.

Motivatie voor de adaptatie ligt zowel in literaire als hedendaagse bekommernis: Benali ziet in Bakoe een symbool van een eens rijke, pluralistische beschaving die nu onder druk staat; de voorstelling is bedoeld als oproep tot waakzaamheid en een pleidooi voor het behoud van een vreedzaam samenleven van culturen. Muziek en verbeelding worden gezien als middelen om begrip en verheffing te bereiken, en om de lezer/kijker ervaring van menselijke schakeringen te geven die taal alleen niet kan overbrengen.

Kortom, hun muziektheater is een persoonlijke, muzikale en politieke lezing van Ali en Nino: een portret van liefde in een hoek van de wereld waar cultuur, politiek en identiteit elkaar scherp kruisen, en een reflectie op wat mensen kiezen en verliezen wanneer vrede verdwijnt.